Na het ontbijt hebben we nog een hele tijd nagepraat met de manager. Het was een heel vrolijke man die wel een beetje aan Peter deed denken. Hij lachte bijvoorbeeld om het feit dat ze het interieur 1 op 1 hadden gekopieerd van hun andere hotel 2 deuren verderop. Alleen was het restaurant bij het andere hotel op het terras. Gasten die het andere hotel gewend waren konden daardoor het restaurant niet vinden en daar moest hij dus smakelijk om lachen. Maar we spraken over serieuze zaken zoals we ook met Peter hadden besproken. Met name de toekomst van de Maasai. Hij was er niet van overtuigd dat het makkelijk zou worden om de leefstijl van de Maasai te veranderen door meer onderwijs. Er waren namelijk ook ministers van Maasai-afkomst. Zodra ze in hun eigen dorp kwamen, verwisselden ze hun pak voor een rood kleed, pakten hun speer en gaven hun verdiende geld uit aan nieuwe koeien. Bij de Maasai bepaalt alleen het aantal koeien je status. Hij geloofde daarom dat het aantal koeien alleen kon worden beperkt door er belasting op te heffen!
Om half elf bracht hij ons naar het vliegveld van Arusha. Dat was maar een half uurtje rijden. Het was denk ik het meest gezellige vliegveld waar ik ooit geweest ben. Na de veiligheidscontrole kwamen we in een soort van busstation met koffiekraampjes, souvenirstalletjes en gewoon open lucht!
We kochten een t-shirt voor mij en nog wat kleine dingetjes. Voor we het wisten konden we al naar onze ‘gate’ waar we vreemd genoeg opnieuw door een bagagecontrole moesten. Daarachter kwamen we gewoon in de open lucht terecht, waar we achter een hek de vliegtuigen konden zien staan, starten en landen. Ook ons vliegtuig kwam eraan.
Het duurde nog zeker een kwartier voor we daadwerkelijk in konden stappen. Iedereen moest naar binnen via de achterdeur, dat maak je niet vaak mee. Ik had de vier stoelen op rij 3 (kosteloos!) gereserveerd. Het vliegtuig was niet eens helemaal vol. Er zaten veel Nederlanders aan boord, maar ook Chinezen.
Na het opstijgen vlogen we langs Arusha, waar ik duidelijk de centrale markt kon zien waar we bijna twee weken geleden met Raymond de schilder hadden rondgelopen. Nadat we Arusha voorbij waren gaf de piloot nog eens gas om hoger te stijgen. Iets verderop zag ik... de Kilimanjaro!
We kregen een drankje en het onvermijdelijke pakje biscuitjes ‘shortcake’) dat we ook steeds in onze lunchboxen hadden gekregen, heel grappig. Alleen was dit nu onze héle lunch! De vlucht verliep verder prima en na een uurtje daalden we naar het vliegveld van Zanzibar. Op Zanzibar vinden ze dat ze nog steeds een eigen staat zijn binnen de Verenigde Staten van Tanzania en dus moesten we een aangifteformulier invullen. De douanecontrole bestond echter uitsluitend uit het afgeven van dit formulier en een heel vluchtige blik op ons paspoort... Daarna kwamen we bij de twee nieuwe bagagebanden (had ik op internet over gelezen). De logica daarvan snapten ze geloof ik nog niet zo, want op de ene band kwamen de grote koffers en op de andere band de kleinere stukken. Vervolgens was er een enorme opstopping van mensen en bagage, want alle bagage moest opnieuw door één controle-apparaat. Wellicht om smokkelwaar te ontdekken, zei een van de passagiers. Ik ging daarna nog wat euro’s wisselen en toen we door onze chauffeur waren opgevangen heb ik ook nog gepind. Voorlopig kunnen we er weer tegenaan.
Het verkeer in de omgeving van het vliegveld was een grote chaos. De ambtenarij in de aankomsthal had maar een half uurtje geduurd, maar nu duurde het een half uur om door de stad heen te worstelen. Diverse stukken weg waren afgezet voor het verkeer, waardoor rijstroken te pas en te onpas moesten samenvoegen en uitwijken voor tegenliggers. De sfeer leek best wel op Arusha, alleen zijn hier veel meer moslims en zie je ook veel teksten in het Chinees en Japans. De moslims hier zijn hier een paar honderd jaar geleden gekomen uit Oman. Dit sultanaat bij Saoedi-Arabië was eeuwenlang de baas in een groot deel van Oost-Afrika. Zanzibar is zelfs de hoofdstad geweest van Oman! Nu is alleen dit eiland nog over.
Toen we de stad uit waren, had ik een soort woestijn verwacht, maar het tegendeel bleek. Zanzibar is heel erg groen, met vooral veel plantages van (uiteraard) bananen, sinaasappels (dacht ik te zien), kokospalmen en specerijen. Zanzibar was nog niet zo lang geleden de grootste exporteur van kruidnagels ter wereld (nu 3e).
Na al dat groen kwamen we na bijna anderhalf uur uit bij Mustapha’s Place, een creatief appartementencomplex met strandzand tussen de huisjes, veel decoraties aan de muur en op nog veel meer plekken, en continu reggaemuziek. Een briljant concept. Wij hadden huisje ‘Bull & Hickman’ waarbij Bull het appartement op de ene verdieping is en Hickman de andere verdieping. De kinderen zitten boven en wij beneden.
Om een beetje te relaxen liepen we naar het enorme witte zandstrand met palmbomen. Marjon werd meteen weer benaderd door verkopers van armbanden en excursies. Toen Marjon zich eenmaal had los weten te maken begon de zon al flink te zakken.
We kwamen werkelijk vrijwel geen enkele toerist tegen! Af en toe waren er jongens aan het voetballen. Uiteindelijk kwamen we bij een paar vissersboten die hun vangst vanuit hun boten verkochten aan de plaatselijke vrouwen.
Een paar kinderen ontdekten ons en wilden uitgebreid op de foto bij Marjon. We liepen weer terug en net voor we het strand zouden verlaten kwamen we nog een paar opmerkelijke badgasten tegen!
De kinderen stonden ons al op te wachten voor het eten, want we hadden natuurlijk niet geluncht! Mustapha’s is niet supergoedkoop maar het eten was wel perfect klaargemaakt. Ole at een rijstgerecht met groenten en de rest had gerechten met vis. De bediening was niet zo alert want daarna gebeurde er niets mee. Toen heeft Nando zelf maar om een dessert gevraagd. Marjon deed een ‘spiced coffee’ en de rest pannekoek met Nutella en een flinke bol ijs. Toen was het wel klaar voor vandaag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten