donderdag 18 juli 2019

18 juli: Van de Serengeti naar Lake Natron

Een echte reisdag. We hebben letterlijk vanaf ca. acht uur tot half zeven grotendeels in de auto doorgebracht.
Misschien leuk om nog iets te laten zien van onze accommodatie in Seronera, een gehuchtje in de Serengeti. Vanaf ons huisje keek je zo de open vlakte in:

Het ontbijt was voor de deur bij Peter en Mike:

Gisteren had Mike zich voor het ontbijt nog iets meer uitgesloofd dus dat zal ik ook eens laten zien:

Van voren naar achteren: komkommer en tomaat, gebakken eieren, zoete aardappelen, pannenkoeken en toast. Als broodbeleg was er jam van rood fruit, erg dunne pindakaas en honing. Daarbij drinken we thee, warme chocomelk en oploskoffie. Meer om te drinken was er niet, behalve water natuurlijk. Uit flessen. In de Serengeti gebruikte Mike wel kraanwater om te koken, ook voor heet water om de koffie en thee te maken, maar dat zou bij Lake Natron niet geschikt zijn.

De auto werd weer flink volgestopt met onze bagage.

We spraken nog even met een man die ons gisteren was opgevallen. Het was namelijk een Europeaan die vloeiend Swahili sprak. Het bleek dat de man al 28 jaar in Afrika woonde. Hij was in Rwanda begonnen bij Artsen zonder Grenzen, een maand na de grote genocide daar! Uiteindelijk is hij dus in Tanzania terecht gekomen en is getrouwd met een Tanzaniaanse vrouw. Hij kwam eigenlijk uit Barcelona. Nu werkte hij voor een bedrijf dat van alles doet, typisch Tanzaniaans volgens hem. De 28-jarige eigenaar heeft van alles gedaan en gekocht. Ze leggen systemen aan voor zonne-energie, doen safari’s met heteluchtballonnen en sinds kort ook iets met Tanzaniet, een halfedelsteen die in de buurt van Arusha wordt gewonnen.

Uiteindelijk vertrokken we in Noordelijke richting. Het landschap was behoorlijk afwisselend. Soms een soort bos, soms juist leeg, soms groen en soms droog. Zowaar zagen we nog een voor ons nieuwe diersoort, de topi, een soort antilope:

Voor het eerst kwamen we ook dicht langs een stel giraffen.

Meerdere keren zagen we dode karkassen liggen, ook voor het eerst eigenlijk. Een gnoe was duidelijk afgelopen nacht gedood en half opgevreten voordat het roofdier (een leeuw?) ergens was gaan slapen. De ingewanden lagen er op een hoopje naast, nog geen 10 meter van onze auto.. Mooi vond ik een flinke kudde zebra’s.

Na een tijdje bereikten we dan toch de uitgang van Serengeti National Park. Terwijl Peter de bureaucratie afhandelde, konden wij even naar het toilet...
Het ziet er niet uit, maar tijdens een game drive en sowieso in the middle of nowhere zijn we meestal aangewezen op de openbare ruimte. Dat noemt Peter een ‘Happy Bush’ (een blije struik)... Meestal is er op een echt openbaar toilet gelukkig een normale toiletpot en een wastafel met stromend water, maar de wastafel was hier toevallig iets anders opgelost:

Het was wel een leuk plekje. We zagen er diverse hagedissen rondlopen (ook zo’n rood-blauwe van onze vorige accommodatie) en we hoorden op de achtergrond wat geloei van een groepje gnoes. Uiteindelijk was Peter klaar en reden we het park uit. Grappig genoeg zagen we nu veel vaker gnoes langs de weg dan in het park! Het was een vruchtbare omgeving en al snel passeerden we diverse kuddes van de Maasai. Bij een kudde geiten stond een safari-auto met de motorkap open. Peter helpt iedereen en dus ging hij eens kijken. De motor bleek oververhit geraakt en alle koelwater was weg. Een belangrijk onderdeel was versleten. Iets verderop werd water gehaald. Marjon en ik gingen ondertussen eens bij de kudde kijken en daar liep een jonge Maasai-herder. Hij sprak redelijk Engels, ontdekte Marjon.

Hij had een paar honderd schapen, zei hij, maar ik denk dat hij daarmee zijn familie bedoelde. We zagen er misschien 50. Hij was heel vriendelijk en vond het ook leuk om mee te lopen naar onze auto om kennis te maken met Ole en Nando.

Op een gegeven moment kwamen er flinke stoomwolken bij de andere auto vandaan en even later liep de motor weer. Het water dat ze erin gooide kwam blijkbaar uit de rivier, want het was erg troebel. Ze deden er een paar zakjes poeder bij en blijkbaar was het probleem nu helemaal opgelost.

Anderhalf uur later stopten we in Loliondo, een wat groter stadje, voor de lunch. De locatie leek een restaurant maar het bleek dat ze alleen iets te drinken verkochten. Hier hebben we dus onze lunchboxen gebruikt, met een flesje cola erbij.

Dit zit er dus in: een pakje drinken, biscuitjes (shortcake), een cakeje, een opgerolde pannenkoek in plasticfolie, een sinaasappel, gekookt ei, kippenpoot in aluminiumfolie, een gebakje in plasticfolie en een beetje zout in aluminiumfolie (voor het ei). Ik houd altijd de koekjes over, soms de kippenpoot en nu dus ook het pakje drinken. Evengoed nog teveel...
We hadden wat tijd over en dus maakte Marjon een praatje met wat kinderen. We hadden daarvoor ook wat spullen meegenomen, en dus kregen ze elk een schrift en een pen. 

Dat viel goed in de smaak, maar het gevolg was dat ze daarna nog meer wilden hebben! Dat losten we creatief op met twee pakjes biscuit en een kippenpoot!

We reden een straat verder en stopten toen opnieuw, zodat Mike wat water kon kopen. Marjon deed haar raampje open en prompt kreeg ze van wel vier of vijf prachtig geklede Maasai-vrouwen armbanden in haar handen gedrukt. Ze praatten allemaal door elkaar heen, dus er was niets mee te beginnen. Ondertussen was ook een van de kinderen weer bij onze auto aangekomen... Peter reed maar gewoon een stukje verder. Toen Mike ook nog wat boodschappen ging doen, gebeurde hetzelfde.

Een stuk verderop kwamen we bij een dal, waar we Lake Natron zagen liggen. 

We moesten dus een helling af rijden. Een heel steile helling! Op een gegeven moment bestond de ondergrond volledig uit losse keien, wat het uiterste vergde van Peter’s stuurmanskunsten. Een ware uitdaging voor het tv-programma ‘De gevaarlijkste wegen’. Uiteraard zonder kleerscheuren. Het bleek dat Peter bewust deze route had genomen. Langs deze weg konden we namelijk zonder wandeling naar de flamingo’s! We konden zo uitstappen en hoefden alleen nog een stukje over het uitgedroogde alkalische strand te lopen.



Het water spiegelde prachtig en dus stopten we verderop nog eens.

We kwamen uit bij de Maasai Giraffe Eco Lodge. Giraffes waren er niet, maar al het jonge personeel bestond inderdaad uit Maasai. Het was een bijzondere ervaring dat zelfs de kruiers traditioneel gekleed waren.

We werden rond 18:40 ontvangen door de manager van de lodge (niet in Maasai-kleding) en we kregen een welkomstdrankje. Dat moest snel worden weggewerkt want de bagagekruiers stonden te popelen om de spullen naar onze huisjes te brengen voordat om 19:00 een traditionele Maasai-dans werd vertoond.

Onze twee kamers zaten in een nieuw 3-kamer-huisje waarvan de middelste kamer al bezet was. Het bleek te draaien op zonne-energie en zo was er geen stopcontact om onze camera’s en telefoons op te laden. Maar goed, voor onze camera’s hebben we reserve-accu’s mee, dus het komt wel goed. De andere gasten waren bijna allemaal Nederlanders, met een paar ordinaire Britten. Later spraken we nog een stel Slovenen.

Om 19:00 was er dus een Maasai-dans, door jonge krijgers. Er stonden voor ons stoelen en er waren zelfs tribunes. Een serveerster bracht iedereen een drankje en popcorn. De krijgers hadden een bijzondere manier van zingen, wat nog het meest aan een didgeridoo deed denken. Af en toe sprong er een jongen naar voren en deed een paar sprongen. Soms met een verende landing en soms met een extra harde klap. Het deed wel denken aan de Swazi en de Zoeloes, alleen was de zang duidelijk anders en zwaaien die hun been omhoog in plaats van te springen.

Er zaten verhalen in de dans, maar we konden de teksten uiteraard niet verstaan, de dansen en sprongen leken allemaal hetzelfde en er was geen toelichting. Wel werden op een gegeven moment jongens uit het publiek gehaald om mee te doen. Uiteraard kwamen Ole en Nando ook aan de beurt!

Na afloop kregen we alsnog een toelichting maar dat was niet zo heel praktisch. Er werd geapplaudisseerd en toen werd er gevraagd of er nog vragen waren. Het was even stil en mensen begonnen op te staan. Toen heb ik zelf maar een gesprekje met de jongen aangeknoopt. Ook nu weer merkte ik hoe belangrijk die traditionele dansen hier zijn voor de mensen. Met die tribunes leek het allemaal folklore voor de toeristen, maar het was bloedserieus. De verschillende stemgeluiden gebruiken ze nog in het dagelijks leven om over langere afstanden te communiceren.

En dat vind ik echt het meest indrukwekkende van Tanzania. De stammen bestaan nog in hun eigen tradities. Natuurlijk de Hadzabe en de Datoga. Maar ook de Maasai die iedereen kent uit de folders. De mannen dragen gewoon altijd hun rode gewaden en ze dragen een speer. We zagen deze dag ook verschillende jongens met een pijl en boog, gewoon om te jagen. Ze hebben grote gaten in hun oren. De vrouwen dragen vaak blauwe mantels zoals de Datoga, met heel veel kettingen, grote oorbellen en armbanden. Veel vrouwen hebben daarnaast een soort tatoeages in hun gezicht.

Mike had een maaltijd gekookt met macaroni. Peter vertelde van alles over de sterrenbeelden. Toen kwam de volle maan te voorschijn,

Er is helaas geen internet, ook al is er WiFi. We hopen maar dat mensen in Nederland niet ongerust worden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten