zaterdag 20 juli 2019

20 juli: Maasai

Vanmorgen was het weer tijd om in te pakken. De Maasai-krijgers sjouwden onze koffers naar de auto en daar gingen we. Een groot deel van de route bleef de grote vulkaan in beeld. Hij heet ‘Ol doinyo lengai’ en dat betekent Berg van God in de taal van de Maasai. De vulkaan is overigens 2878 meter hoog en was dus in 2008 voor het laatst actief. We konden soms duidelijk de zwarte sporen van de lava zien.

Ondanks dat we nu niet in een natuurpark waren, zagen we o.a. diverse zebra’s!

En verderop werd het nog meer safari, want er liep een hele groep giraffes. Misschien wel mijn favoriete dieren in Afrika.

Het was grotendeels wel erg stoffig en dun bevolkt. Waar auto’s langs waren gereden ontstonden al snel stofhozen.

Onderweg stopten we in een dorpje omdat het marktdag was. De mensen verkochten er wat voedingswaren zoals bonen.

Op een gegeven moment waren er toch mensen die het niet leuk vonden dat ze werden gefotografeerd en om geld gingen vragen. Toen waren we snel weer weg. En, zei Peter, we gaan nog naar een Maasai-dorp waar je foto’s kunt maken zonder dat ze daar geld voor zouden vragen.

Na zo’n vier uur rijden (waarin Peter opnieuw een andere auto heeft geholpen!) bereikten we weer Mto wa Mbu (Mosquito River) waar we een week geleden ook doorheen zijn gereden. Wat een andere omgeving! Een asfaltweg! Tuktuks! Winkeltjes! En een enorm toeval: langs de weg stond onze Mandela-gids van gisteren, in ‘gewone’ kleren in plaats van zijn Maasai-kostuum. We zwaaiden en reden toen door naar een plekje om onze lunchboxen op te eten. Het was weer een bar waar we allemaal cola bestelden. Er zat deze keer geen gekookt ei in onze lunboxen maar verder was het weer hetzelfde. Marjon gaf wat stukjes kip aan de vele katten die er rondliepen...

Na het eten reden we Mto wa Mbu weer uit en gingen op zoek naar een Maasai-dorp. Er liggen meerdere van die dorpen langs de grote weg, die zich openstellen voor toeristen. Zoals te verwachten, werden we ontvangen met dezelfde zang en dans als op ons eerste avond bij Lake Natron. Ole, Nando en ik kregen een rode doek om en een speer en Marjon een blauwe doek en een halskraag! Dat laatste bleek nog een hele uitdaging want Marjon had blijkbaar een groot hoofd! Ze heeft minstens drie keer een grotere moeten passen...

Zoals gezegd kregen we de dans en zang en moesten we dus af en toe meespringen!

Daarna wilden ze bekijken wat ze met mijn camera hadden gefilmd, erg grappig!

Het dorp bleek echter een grote teleurstelling. We kregen een huis van binnen te zien. Afgezien van een kookpot lagen daarin vrijwel geen huiselijke dingen en het werd dus vrijwel zeker helemaal niet bewoond. Na een paar zinnen over het nomadenleven werden we meegenomen naar een grasveld waar de bekende koopwaar was uitgestald. Armbanden, dierfiguren, het bekende werk. Grappig genoeg kreeg ik een paar Maasai-sandalen aangepast waarvan de zolen waren gemaakt van autobanden! Ze wilden geen prijzen zeggen tot we alles hadden gepakt. Er zaten wel wat mooie spullen tussen, maar alles bij elkaar moest het echt heel wat kosten. Dus gaven we de helft van de spullen weer terug en betaalden 30 dollar. Dat bleek nog exclusief de schoenen, die 50 dollar moesten kosten. Van autobanden! Nee dus. Onderweg naar de auto werden we opgewacht in een ‘school’ (eenvoudig gebouwtje van takken waar je zo doorheen kon kijken). Er was een groep van zo’n tien kleuters met een juf. Een van de kinderen mocht op het schoolbord de getallen van een tot tien aanwijzen en de klas zei dan in het Engels one, two, three en zo verder. Ze moesten nog wel even oefenen want het was nauwelijks te verstaan. Wat opviel was dat de kinderen allemaal heel vies waren en met een snotneus rondliepen. Ook hier werd een ‘gift’ verwacht... We betwijfelden of het wel een school was. Nog voor we bij de auto waren zagen we de volgende groep toeristen al meedansen.

Daarna reden we terug naar Mto wa Mbu om wat boodschappen voor Mike te kopen, terwijl Marjon weer via haar raampje werd benaderd door een armbandverkoper. Ze kocht er maar eentje, deze keer... Nog iets verderop stopten we op mijn verzoek om geld te pinnen. Het was een moderne en snelle automaat, tot mijn verrassing. Enige nadeel was dat er alleen biljetten van 10.000 shillings uitkwamen, terwijl we die biljetten echt bijna nergens kunnen uitgeven. Toch is 10.000 maar iets van 4 euro... Peter heeft voor ons 20.000 gewisseld voor kleinere biljetten.

Onze volgende accommodatie lag een flink stuk buiten Mto wa Mbu. Eigenlijk heel dichtbij Lake Manyara, waar we vorige week onze eerste safari hebben gedaan. Het heet Haven Nature en is eigenlijk een camping. Je hoeft alleen je tent niet op te zetten - er staan allemaal tenten klaar, met een rieten afdakje erboven en met echte bedden. Maar wel met gedeeld sanitair. 

We zochten een tent aan de rand van de Rift-vallei, maar door de bomen zag je daar verder niet veel van. Marjon en ik gingen daarom maar een stukje lopen, in de hoop op meer uitzicht. Dat lukte evengoed niet zo, maar we zagen wel iets van het Tanzaniaanse platteland. Het is hier vruchtbaar en zo werden hier o.a. zonnebloemen geteeld. 

De weg liep min of meer dood op een akker en toen zijn we maar weer omgedraaid. Nu kwamen we een jongen tegen van een jaar of 18 die ons wel heel enthousiast in het Engels begroette. Ik zag dat hij een evangelische trui droeg, dus ik vreesde dat we bekeerd gingen worden. Maar nee, het bleek dat hij gewoon zijn Engels wilde oefenen. Hij was net bezig met een eerste opleiding om ranger te worden, een soort parkpolitie. Hij was een zoon van de manager van Haven Nature. Hij kwam op z’n zachtst gezegd wat naïef over maar hij was wel heel aardig. Marjon vroeg of hij niet bang was voor stropers. Hij beaamde dat die vaak bewapend waren, maar hij vond ze ook gevaarlijk omdat ze soms tovenarij gebruiken! Hij heette Wilson en wilde graag onze e-mailadressen uitwisselen. Hij had al een heel vol notitieboekje. Ons telefoonnummer (voor WhatsApp) hebben we maar niet gegeven...

Voor het eerst had Mike een Afrikaans gerecht klaargemaakt. Het was een soort stoofpot van rundvlees met banaan. Voor Ole had hij het rundvlees weggelaten. Ole heeft het sowieso lastig want of we nu pasta, rijst of friet eten, wij krijgen altijd een ander soort vlees maar hij kreeg steeds dezelfde groentesaus. Al een week, elke dag...



Geen opmerkingen:

Een reactie posten