vrijdag 12 juli 2019

12 juli: Kennismaking met Tanzania

De vliegtuigmaaltijd lag vannacht redelijk zwaar op de maag en er was veel verkeerslawaai, maar toch hebben we redelijk geslapen in Meru House Inn. Het hotel is nogal sjofel, de badkamer ruikt vies (iets met de afvoer) en de kraan van de wastafel geeft maar een paar druppels water. Maar gelukkig deed de douche het prima. En we kregen een keurig ontbijt met thee, verschillende soorten fruit, guavesap, toast en gebakken ei.

Zoals afgesproken stapten we om 10:00 weer bij Peter in zijn Toyota Landcruiser voor een kleine excursie. Eigenlijk was onze stad Arusha op zich al een belevenis. Veel verkeer met brommers en motorfietsen, afgewisseld met vooral safarivoertuigen zoals wij.
Al voor we wegreden stonden er al mensen bij ons om armbandjes te verkopen dus de eerste 10.000 shillings werden uitgegeven. Ook stopten we bij een restaurantje om onze lunchpakketten op te halen en weer stonden er aan beide kanten verkopers om ons heen. Later stopten we opnieuw om flessen water te kopen. Kilimanjaro heet het merk, van smeltwater staat erop en het is uiteraard eigendom van The Coca-Cola Company...

Peter had zich voorgenomen om een kortere route uit te proberen naar de Napuru-waterval. We reden daarom een drukke zandweg op, aan beide zijden gevuld met winkeltjes. Na een tijdje rijden, met hier en daar vragen naar de weg, bleek dat er verderop wegwerkzaamheden waren. We moesten dus weer een heel eind terugrijden. Ook de alternatieve route was een onverharde weg vol winkeltjes. Het gaf helemaal niet dat we er langer over deden, want we keken onze ogen uit.

Zoveel kleine huisjes die allemaal wat verkochten, kleurige kleding, allerlei voertuigen en vooral veel vrolijk zwaaiende kinderen. Na een tijdje werd het meer een landbouwgebied met aardappelen, bananenbomen en wat vee.
Het was hier supergroen en leek meer op Costa Rica dan Afrika.

Niet veel verder bereikten we het park, met een parkeerplaats tussen de bomen, kaartverkoop en een toiletgebouw. Hier droeg Peter ons over aan drie jongens van 19 die hier als gids werkten.
Ze waren alledrie van een verschillende stam (waaronder Masai en Mara) dus ze spraken onderling Swahili. Ze spraken echter ook prima Engels. Ole en ik hebben vooral met Alan gepraat, die volgend jaar gaat studeren. Ondertussen moest er veel geklauterd worden en moesten we een riviertje diverse keren oversteken. O.a. over een boomstam. We zagen diverse watervalletjes. Alan vertelde dat er in de regentijd veel regen was gevallen. Het water uit de watervallen werd ook als drinkwater gebruikt, maar door de vele regen was de hele waterleiding weggespoeld. Het was nog een flinke klus geweest om die te vervangen door dit oerwoud.

In niet veel meer dan een uur waren we weer terug bij het begin, waar we de jongens blij maakten (hoop ik) met 50.000 shillings. Voor ons was het tijd om de lunchbox aan te breken. Er zat veel in! Een halve gebraden kip, een dubbele hamburger, een banaan, fruitsap, een banaan en een pannenkoek!

Daarna reed Peter ons via een toeristische route door Arusha weer terug naar Meru House Inn, waar we rond kwart voor drie aankwamen. Ole, Nando (die in de auto al bijna in slaap viel) en Marjon zitten of liggen op hun kamers terwijl ik dit op de overloop bij de patio zit te typen. Marjon wil graag nog even in de stad kijken en om 18:30 komt Peter ons ophalen voor het diner. Hij adviseerde om het vandaag verder rustig aan te doen, want morgen wordt een dag vol indrukken. Lake Manyara National Park is de bestemming. Een “appetizer” noemt hij dat, een voorafje voor het echte safariwerk. Ik ben benieuwd!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten