maandag 15 juli 2019

15 juli: Via Ngorongoro naar Serengeti

Gisteravond bleef Nando op bed tijdens het eten. Hij wilde wel een kommetje soep en de serveerster vond het helemaal net erg om dat helemaal naar ons huisje te brengen. Sterker nog, samen met Marjon schepte ze later nog een bord vol met wat te eten en dat werd ook nog op bed gebracht. We waren wel een beetje nerveus, want hij had wat koorts, hoofdpijn en diarree en we moesten de volgende dag naar onze volgende accommodatie. Wat medicijnen erin en afwachten maar.

Vanmorgen gingen we om half 8 ontbijten en warempel voelde Nando zich weer goed genoeg. Een flink bord eten ging helemaal op en verder heeft hij de hele dag alleen nog wat last van zijn maag. Dus toen Peter ons kwam ophalen om 8:00 konden we zonder zorgen op pad. Daarbij stapte ook Mike in onze auto. Hij is onze kok in de komende dagen!

De route van vandaag liep door de Ngorongoro-krater naar de Serengeti. De naam Ngorongoro is afgeleid van het geluid dat de koebellen van de Masai maken. De Masai met hun koeien vestigden zich hier namelijk toen ze in de jaren 50 de Serengeti moesten verlaten. Het was een ingewikkeld compromis, waarbij de Masai zich in het bosgebied rondom de krater mochten vestigen en de krater zelf en de Serengeti een beschermd natuurgebied werden.

Het was niet heel ver rijden van Eileen’s Trees Inn naar de ingang van Ngorongoro. Vanaf daar bleek het echter nog een flink eind naar de echte toegang tot de krater. De krater is een geïmplodeerde vulkaan, maar wel heel groot. Een beetje zoals Timanfaya op Lanzarote, maar dan veel ouder en groen, niet zwart. Vanaf de rand heb je een prachtig uitzicht op de bodem van de krater. In de verte zagen we een groep zwarte puntjes: buffels. Verder stofpluimen waar de safariauto’s reden. 

Er is maar één weg om de krater in te komen, dus we reden min of meer in een file naar beneden. Peter had ons verteld dat de krater een ‘Garden of Eden’ was (Tuin van het Paradijs) en dat was geen gekke omschrijving. We reden gelijk langs een bavianenfamilie en in de krater daarna langs grote kuddes zebra’s, gnoes, Grant’s gazellen en buffels. 
Ook zagen we al toen we naar beneden reden een paar jakhalzen. In de krater zagen we die later ook nog regelmatig. Aan Peter had ik verteld dat ik graag eens een secretarisvogel zou zien, een heel mooie vogel. Die zouden er wel zijn, zei hij. Dat was nog zachtjes uitgedrukt! Al snel was ik de tel kwijtgeraakt...
Echte bezienswaardigheden gaan in zo’n relatief klein park al snel gepaard met verkeersopstoppingen. Dan is het dus gemakkelijk van een afstandje te zien waar je moet zijn. Ngorongoro is het enige park in de wijde omgeving waar je neushoorns kon zien en ja hoor, daar wees een verkeersopstopping ons de weg.

Helaas was de neushoorn toch te ver om met het blote oog te kunnen zien dat het een neushoorn was. Met telelens kostte het ook enige moeite.
Na heel veel zebra’s, gnoes, wat nijlpaarden en vele gazellen zagen we een hele tijd later weer een verkeersopstopping. Deze keer waren het leeuwen. We zagen er gelijk drie! Na een tijdje heen en weer rijden tussen de vele geparkeerde auto’s konden we uiteindelijk wel zeven leeuwen onderscheiden!
Toen was het tijd voor de lunch. De picknickplaats lag nog iets lager en toen we de helling afreden, zagen we werkelijk vele tientallen auto’s geparkeerd staan! Het lag aan een poeltje met wat nijlpaarden erin. Tussen de auto’s hupten prachtig glimmende blauwe vogeltjes rond (waarschijnlijk een soort glanskopspreeuwen). We moesten van Peter onze lunchboxen in de auto opeten. Er vlogen namelijk ook Black Kites (een soort wouw) die lunches uit de handen van toeristen grissen. Dat was volgens Peter een pijnlijke aangelegenheid.

Na de lunch vertrokken we langzaam maar zeker uit de krater. Afgezien van nog meer secretarisvogels, gnoes, buffels, zebra’s en gazellen kwamen we ook nog een groepje olifanten tegen. 
De weg omhoog uit de krater was steil en zowaar met klinkers bestraat! Daarna volgde een stuk gammel asfalt, maar verder vooral tientallen kilometers zeer hobbelige zandweg. Na zo’n drie uur rijden kwamen we bij de receptie van Serengeti National Park, waar Peter een half uur bezig was met de plaatselijke bureaucratie. Er was WiFi en dat kwam goed uit, want ik ontdekte een bericht van Airbnb dat er gasten voor Casa Sonrisa hadden gereserveerd! Die kon ik mooi nog beantwoorden Dan in Spanje informeren. Die mensen moesten eens weten hoe ik daar stond, in een enorme kale woestijn bij de ingang van de Serengeti met mijn mobiele telefoon. Heel bizar.

Ik was net zo’n beetje klaar toen Peter ook klaar was en toen reden we verder. Nog tientallen kilometers over een kaarsrechte maar hobbelige zandweg. Onderweg passeerden we meerdere auto’s met pech! Niet zo raar met die hobbels. Na een tijdje stonden er twee auto’s langs de weg. Geen pech, maar... ze zagen een cheeta (jachtluipaard) mét een prooi!
We waren net te laat voor de actie, want de cheeta was nog aan het uithijgen van de achtervolging. Het duurde een beetje lang voor er weer wat gebeurde en het werd hoog tijd om naar onze accommodatie te rijden. Wel stopten we onderweg nog heel even voor de prachtige zonsondergang en twee keer voor een hyena die net langs de weg langs slopen.

Rond zes uur kwamen we aan bij de resthouses van het nationaal park. Ze staan zomaar bij elkaar in het park, zonder hekken eromheen. Gelukkig hebben we daarin een eigen douche en toilet... maar voor het avondeten zaten we toch samen buiten. Onze kok Mike had komkommersoep en spaghetti gemaakt, met sinaasappel na. Hij vertelde mij net dat hij deze “oranges” had gekozen omdat wij Nederlanders zijn!

Ondertussen is het donker geworden en iedereen is naar binnen. Ik hoor niet ver hier vandaan een dier roepen, ooooehoep, ooooehoep, geen idee wat het is, snel naar binnen... Ole en Nando zitten niet in hetzelfde huisje. Nando heeft even bij ons gedoucht dus die moet ik straks even naar zijn eigen huisje begeleiden, zo’n 20 meter verderop... Morgen 6:00 ontbijt! [Achteraf gezien heb ik het geluid gehoord van hyena's!!]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten