maandag 22 juli 2019

22 juli: Fietstocht en Tarangire National Park

Vandaag was een drukke dag. Ik had gelukkig goed geslapen (het was dan ook niet zo koud als gisteren) maar rond half 5 hoorden we even weer een hyena roepen... Om 7:00 ging de wekker. Na het ontbijt vertrokken we naar Mbo wa Mtu om te gaan fietsen! We kregen allemaal een mountainbike te leen van onze gids Good Luck - wat een prachtige naam!  Met de fiets bezochten we eerst een landbouwgebied. Zo zagen we bijvoorbeeld een particulier rijstveld.

Vervolgens reden we (net als gisteren) door een uitgebreide bananenplantage. Dit is het centrum van de bananenteelt in Tanzania, naast de regio Kilimanjaro. In grote lijnen vertelde Good Luck hetzelfde als John gisteren, dus even geen foto’s daarvan. 

Het fietsen ging redelijk over de grindwegen. We fietsten niet snel en de afstanden waren niet te groot. Onze volgende stop was bij de stam van de Makonde. De Makonde komen eigenlijk uit Mozambique, waar ze sinds de jaren 1970 zijn weggevlucht.  De Makonde staan bekend om hun houtsnijwerk. Je ziet dan ook bij winkels houtsnijwerk aangeprezen met ‘Makonde’. Deze werkplaats van 22 mensen gebruikte vijf soorten hout: eboniet (het zwaarste en meest waardevolle), mahonie, rozenhout, teak en sinds kort ook bamboe. Daarnaast maken ze een soort schilderijtjes van bananenbladeren. Dat doen ze door te knippen en plakken met de verschillend getinte lagen in de balderen. Het eindresultaat wordt gevernist en kan zo worden opgerold en bewaard.

Op de volgende foto laat een van de mannen een kostbaar houtsnijwerk zien van eboniet.

Bij jonge bomen is alleen de binnenkant zwart en de buitenkant heel licht, waardoor ze heel mooie contrasten kunnen maken. Op de achtergrond zie je stukken bamboe waar ze bekers van maken. Daarachter was een oudere man bezig met het snijden van een olifant (zijn specialiteit). Toen het verhaal klaar was, mocht Nando helpen met de olifant. Al snel kreeg hij de slappe lach want het ging echt helemaal niet...

Uiteraard was het weer de bedoeling dat we wat kochten. Aangezien we nu eindelijk hadden gezien hoe mensen het daadwerkelijk maakten, vonden we dat niet zo erg. Bovendien was het werkelijk mooi wat er was uitgestald. We hebben een stuk of vier voorwerpen gekocht. We stapten weer op de fiets en reden naar een openbare basisschool (waar Good Luck zelf ook op school had gezeten). Daar werden we plechtig ontvangen door het hoofd van de school, overigens een jonge man. Hij vertelde dat de school 1238 leerlingen had, maar dat ze niet zoveel lokalen hadden. De klassen hadden daarom allemaal 50 tot zelfs 70 leerlingen! De kinderen beginnen als kleuters en volgen daarna 7 klassen. De voertaal is Swahili. Op de middelbare school is de voertaal Engels. De lessen duren van 8 tot 16:00 uur, maar de kleuters gaan na de lunch naar huis. De lunch was wel een gevoelig punt. Diverse ouders hebben amper genoeg geld voor een schooluniform en kunnen hun kinderen vaak geen lunch meegeven. Toevallig had het bestuur vandaag besloten om iedereen een lunch te verstrekken.

Daarna gingen we een klas bezoeken. Dat viel nog niet mee, want onderweg werden we bestormd door kinderen die op de foto of film wilden, een hand of een knuffel!

Het was lunchtijd en dus moesten we opschieten! In de klas kregen we een paar heel enthousiaste liedjes te horen, waaronder Vader Jacob in het Swahili!

Daarna was het uiteraard weer tijd voor handen geven high fives, knuffels en een aai over de bol. Echt superschattig en zonder bijbedoelingen. Er werd niet gebedeld (behalve door het schoolhoofd😉). Terwijl we nog achtervolgd werden door een paar kinderen, reden we naar een bierbrouwerij. Nou ja: ze maakten bananenbier en bananenwijn. Dat was een specialiteit van de Chaga (waar Good Luck ook bij hoorde). Het bier wordt gemaakt door eerst bananen te vergisten en pas aan het eind wordt er gierst (geen gerst) aan toegevoegd voor de smaak. Het bevat maar een half procent alcohol en wordt al van kinds af aan gedronken. Het was heel troebel en er dreef ook gewoon gierst bovenop. We hebben alle vier geproefd. Ook kregen we bananenwijn, uit een bierflesje. Daarvoor werd suiker (of mout?) aan het beslag toegevoegd. Het resultaat smaakt echt naar wijn en was best lekker. Maar we moesten nog fietsen... dus niet het hele flesje leeggedronken. Ole en Nando hebben alleen geroken.

Nu fietsten we naar een schildersatelier. Hier werkten diverse mensen in twee stijlen die we hier echt overal zien. De bekendste stijl is Tingatinga, genoemd naar de inmiddels overleden schilder Edward Saidi Tingatinga. 



We hadden al eerder wat gekocht en wisten niet waar we het thuis zouden moeten ophangen, dus zijn we snel weer verder gegaan. We konden de fiets hier achterlaten en liepen naar de centrale markt. Het leek sterk op de markt in Arusha.

Ik kende zowaar de weg inmiddels een beetje in Mto wa Mbu en zo liep ik naar de pinautomaat om de hoek om het houtsnijwerk te kunnen betalen! Peter was nog niet klaar om ons op te halen. Dat bracht Good Luck op het idee om naar Peter toe te rijden met tuktuks! Zo gezegd, zo gedaan en het was echt leuk. Ole en ik reden met de gids in een tuktuk die nog nieuw leek en echt in India was gemaakt.

Video van deze ochtend:

Peter stond met zijn auto bij een wasstraat, dus met een schone auto reden we naar Tarangire over een superstrakke autoweg. Zo recht als een lineaal. Deze liep dan ook van Arusha naar de hoofdstad Dodoma.
Ik had een uitgebreide beschrijving getypt van de rest van de middag maar die is blijkbaar verloren gegaan en ik heb niet zo’n zin om alles overnieuw te typen. Foto’s van de dieren vinden jullie bij het verhaal van morgen, 23 juli. Twee dingen wil ik nog wel opnieuw vertellen:

- In het park zagen we een grote groep auto’s met toeristen die naar iets leken te kijken. Peter zei: ‘Nu zien jullie dat jullie zoveel geluk hebben gehad met leeuwen!’ Deze mensen keken namelijk naar een boom in de verte, waar een leeuw in zat. Met het blote oog nauwelijks te onderscheiden. Wij hoefden geen foto te maken en reden verder.
- Onze accommodatie was een resthouse/hostel dat er een beetje uitzag als een klooster, met kamers aan een gezamenlijke tuin. Het was van alle gemakken voorzien, dachten we, zelfs goede WiFi, totdat we er bij het douchen achterkwamen dat er alleen koud water was...

Peter kookte een variatie op pilav (rijstgerecht met zaden en noten) terwijl Marjon en ik buiten nog wat foto’s maakten. Er liepen nog wel meer zebra’s en gnoes dan we bij ons huisje in de Serengeti hadden. Ook zaten er diverse roodsnaveltoks, een soort neushoornvogels.

Het was echter te schemerig geworden voor goede foto’s. Toen we nog geen kwartiertje binnen waren, zei Mike dat we weer naar buiten moesten kijken. Ik rende gelijk naar buiten, want er waren olifanten! Ik mocht helemaal niet meer naar buiten van het personeel, dus ik maakte snel een foto.

Daarna keken we door kijkgaten en over de muur van de tuin.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten