woensdag 9 september 1998

Bogotá-Medellín-Quibdó, woensdag 9 september 1998

Een efficiënte dag. De aardige receptionist belde een taxi en er verschenen er zelfs twee! Afgezien van de vele verkeerslichten in het centrum bereikten we snel het vliegveld. Na de nodige formaliteiten en een niet-functionerende geldautomaat bracht een MD-83 ons binnen een ruim half uur in Medellín.

Bij de uitgang werden we aangesproken door een sympathieke vrouw die vloeiend (Amerikaans) Engels sprak. Voor 20.000 pesos bracht ze ons in haar eigen auto naar het andere vliegveld in het centrum van Medellín, terwijl ze ons allerlei leuke wetenswaardigheden over de stad vertelde. Ze had 14 jaar in Amerika gewoond en was nu "bilingual guide". Afgelopen week had ze nog een groep van Pfizer rondgeleid, als voorbereiding op de introductie van Viagra in Colombia! We spraken af dat ze ons vrijdag weer de andere kant op zou rijden.

Het vliegveld in het centrum van de stad was vroeger het belangrijke vliegveld van Medellín, maar door de ligging was het daarvoor eigenlijk niet geschikt. Vandaar het nieuwe grote vliegveld Rio Negro. In het centrum vertrokken nog wel kleine vliegtuigen, waaronder dus ons vliegtuig naar Quibdó. We hadden de autorit van he ene naar het andere vliegveld ook kunnen besparen door in 7 minuten met een helikopter te vliegen (in plaats van bijna een uur met de auto). Die helikopterdienst was ooit door Pablo Escobar's kartel begonnen maar met de ondergang van Escobar verdween ook de helikopter. Een paar weken geleden startte Avianca weer met het bedrijfje Helicol. Voor mensen met een Avianca-ticket werd de prijs 20.000 pesos p.p., anders 50.000. Eigenlijk best goedkoop.
Buiten bij het vliegveld van Medellín
Doordat het centrum-vliegveld zo belangrijk was geweest, waren er veel voorzieningen, waaronder een PIN-automaat. Wel een prettig gevoel om niet krap te zitten.
Winkelcentrum naast het vliegveld
Naast het vliegveld was nog een luxueus winkelcentrum waar we nog een beetje lunchten. Er zat ook een groepje studenten (in schooluniformen!) en een van de meisjes sprak ons aan. Ze bleek heel geïnteresseerd in Nederland en ze had een boek met feitjes over verschillende landen bij zich. Het bleek dat ze aan een luchtvaartopleiding studeerde. Het werd nog heel gezellig, maar ja, tegen enen moesten we toch echt weer naar de vertrekhal. De "gate" (sala de embarcar) was al open, en daar zat een vrouw met allerlei gratis frisdrank voor de wachtende passagiers - wij en nog 1 persoon. Daar bleek niemand bij te komen en zo stapten we met z'n drieën in. Van een grondsteward kregen we een zakje met daarin een pakje bramensap en twee koekjes, plus een setje oordopjes voor het lawaai!
Daar gingen we dan met z'n drietjes en 2 piloten in een De Havilland Canada DHC-6-300 Twin Otter met plaats voor 19 passagiers. Het bleek al met al een behoorlijk gerieflijke tocht, hoewel mijn rechteroor verstopt zat door verkoudheid, wat ongelooflijk pijn deed bij de daling.
In Quibdó ws het HEET en zowaar zonnig. Het vliegveld had een heuse betonbaan maar verder de faciliteiten van een bushalte. Wel 10 taxichauffeurs besprongen ons weerloze 3 passagiers. Gelukkig verscheen na een minuutje of 10 een Land Cruiser met een aantal mensen die duidelijk voor ons kwamen. De tweede die uitstapte was een kleine jongen die ik direct van de foto herkende als Miller, ons Foster Child! Het was een leuke ontmoeting, met verder ook de Field Worker en gelukkig ook een jongen die Engels sprak.

Ze brachten ons eerst naar het hotel dat ze hadden gereserveerd, een van de duurste 3 hotels waar we ooit in hebben overnacht - met een kapot toilet, keiharde bedden en alleen een koude douche brrr maar wel airconditioning. Hotel Farallones, calle 28 No. 1-70 voor 83.000 pesos (100 gulden) excl. BTW...
Vervolgens naar het Foster Parents (CIDEAL)-kantoor waar we een rondleiding kregen en ook de directeur uitgebreid spraken, zij het met hulp van de "tolk".
Miller bleef trouwens overal bij, heel leuk. Hij is 14 maar heel klein, hij is wat verlegen maar behoorlijk intelligent, en zoals alle Choco'ers die we vandaag ontmoetten heel vriendelijk.
Met de Land Cruiser maakten we vervolgens een rondrit door Quibdó, een heel bijzondere ervaring. Doordat (vrijwel) alle inwoners zwart zijn lijkt het sterk op Afrika, maar met een Caribische ondergrond. Vrijwel overal was de weg abominabel slecht en de huizen bouwvallig. Waar de stad eindigde en de krottenwijk begon was niet te zeggen; het viel vooral af te leiden aan het niveau van ondervoeding... In de wijk Kennedy werd ons nog wel verteld dat je daar beter niet kon uitstappen. Soms waren de huizen wel heel netjes, en plotseling was er de "keet" waar Miller's familie woonde.
In vergelijking met andere bouwvallen die we zagen was het best netjes; er was zelfs een aparte slaapkamer. Het gezin zag er ook behoorlijk gezond uit, en ze hadden ook elektriciteit voor een koelkast en een ventilator.
Wie we nu precies allemaal gezien hebben weet ik nog steeds niet, maar het waren o.a. halfbroers en -zusjes, een oma (?), een neef en een tante. Miller's moeder was er niet maar zou er misschien morgen zijn. Het werd in ieder geval heel gezellig en het boek dat Marjon nog voor 2,50 bij De Slegte had gekocht kwam nog goed van pas om over onszelf te vertellen.
 Er werden wat foto's genomen en zo werden we nog voor de maaltijd morgen uitgenodigd.
Heel wat indrukken zo op een dag, dus tijd voor een restaurantje, een stortbui, de koude douche en het harde bed. Morgen misschien meer kans om de indrukken te beschrijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten