dinsdag 8 september 1998

Bogotá, dinsdag 8 september 1998

Vandaag begon warm maar het werd al snel bewolkt en er viel zelfs wat regen.

In "ons" vaste cafetería namen we weer een koffie-ontbijt en liepen door naar het Telecomkantoor in Carrera 8 om eindelijk naar Nederland te bellen. De telefoonkaart bleek zelfs daar waardeloos en dus belden we maar "gewoon" in een cel met betaling achteraf. Binnen een paar seconden een perfecte verbinding. Dat gold niet voor het daaropvolgende telefoontje naar Foster Parents Plan. Na heel veel in-gesprek-geluiden en een moeizame Spaans-Engelse dialoog bleek dat het al met al veel duurder was geweest dan naar Nederland bellen!

We hadden besloten dat we naar het Parque Chicaque wilden gaan, buiten Bogotá, maar het was nog een hele onderneming. Volgens de Travel Survival Kit zouden we informatie over de regio kunnen krijgen bij de "Corporación de Turismo de Cundinamarca" in het wat dubieuze Calle 16, maar het bleek alleen een soort cultureel centrum te zijn. Gelukkig waren er twee behulpzame mensen die ons verwezen naar de "internationale wijk" (Centro Internacional) - toch een heel stuk lopen. Carrera 7 is druk, met veel stinkend verkeer en drommen mensen overal. Het hotel dat we er zochten was uiteindelijk wel makkelijk te vinden maar we keken eerst of er niet een reisburootje was - het leek wel het Hotel de l'Europe. Helaas, helaas - niet veel soeps behalve allerlei kantoren van luchtvaartmaatschappijen (o.a. KLM) dus toch maar het chique hotel in. Een heuse bell-boy was zeer behulpzaam tussen al het marmer en fluweel, maar ook hij had geen idee van het Parque Chicaque. Een collega van hem wel, en die sprak zelfs wat Engels.
Plaza de Toros, nabij Centro Internacional
Het bleek eigenlijk verstandig te zijn om een taxi te nemen, het park te bezoeken terwijl de taxi bleef wachten, en dan terug te rijden. Als met al zo'n 70 gulden voor een park van een paar hectare vonden we echter wat al te gortig. De door de bell-boy aanbevolen zoutmijn leek ook niet zo inspirerend voor 30-40 gulden en zo liepen we onverrichterzake naar buiten. In een miniscuul parkje middenin een verkeers-klaverblad (het was zelfs naar George Washington genoemd. Compleet met borstbeeld), overzagen we de resterende mogelijkheden. Het was inmiddels 11 uur, ook niet meer de moeite om de stad uit te gaan. Op de kaart stond nog een planetarium. Hé! Dat is het gebouw net achter ons! Het zat niet mee; de voorstelling was net begonnen en zou pas anderhalf uur later worden herhaald. Naast het planetarium lag nog de Plaza de Toros, oftewel de Arena. Er was een gratis mini-museum vol foto's van vergane glorie - echt vrolijk waren we nog steeds niet. We dronken nog ergens een cola, kochten een Eatles-t-shirt (Garfield met Beatlespruik!) en zochten dan maar een vegetarisch eethuisje. Daarbij passeerden we een theater waarin de musical Fame zou spelen. Alweer pech: de kaartjes waren alleen later op de dag te krijgen. Misschien op de dag voor we naar huis gaan?

In Carrera 8 bleek een fantastisch vegetarisch eethuis te zijn: Tropical. Voor 3000 pesos (fl.4,20) kregen we een compleet menu met gevulde soep, volkorenbroodjes, stoofpeertjes, en vervolgens een groot bord met rijst, kikkererwten, bloemkool, sperziebonensalade, arepa plus een groot stuk meloen en ook nog een glas bramensap. We konden het allebei lang niet op! Dat was een goede ontwikkeling en vervolgens was ook het Museo del Oro een ware sensatie. We waren er al eens geweest maar blijkbaar hadden we toen onze dag niet. Nu was iedere vitrine bijna een sensatie, duizenden gouden voorwerpen en ook nog een Engelse teksten.
Een heel samenhangende expositie en de nieuwste attractie (de goudzaal) was het puntje op de i. Voor ons twee werd een hele lichtshow opgevoerd in een ronde zaal. Steeds meer lichten gingen aan, hemelse muziek, tot uiteindelijk rond om ons heen werkelijk duizenden gouden voorwerpen waren verlicht. Waren alle musea maar zo!
Het stikte er wel van de schooljeugd die blijkbaar toe waren aan rennen en gillen. Ze waren heel fotogeniek in hun schooluniformen.
We bleven voor het museum nog even zitten, kochten een soort rietsuiker-spek en ik liet mijn schoenen poetsen voor wel 14 gulden... Ach, die jongen zal niet rijk zijn geweest! We waren in een gulle bui en gaven één van de wit geschminkte vredesspeldjesverkopers ook een dikke fooi (het is de week van de vrede). Daarvóór hadden we bovendien een klein meisje blij gemaakt door 1 pakje snoepjes te nemen voor de prijs van drie. Eigenlijk best veel gekocht vandaag: ook nog 30 ansichtkaarten en een krant (El Tiempo).

Via de Iglésia de San Francisco (1556, veel goud, mooi plafond, enz.) maar eens een wandeling gemaakt door La Candelária, de koloniale wijk van Bogotá. Met een dreigende lucht erboven was het een prachtig gezicht!
In deze straat (Calle 14) bleek ook nog een splinternieuwe mini-pizzeria te zijn. Voor een rijksdaalder kregen we een flinke punt, met een volle beker Coca Cola. Wel jammer dat een of andere gek de hele tijd in de deuropening naar iedereen zat te roepen en te fluiten. Blijkbaar was hij familie van het personeel want later zagen we hem er weer binnen zitten.

We dronken nog eens een kop koffie in hetzelfde cafetería van vanmorgen en toen was het wel weer tijd om naar binnen te gaan. Marjon heeft wat hoofdpijn maar aangezien het pas 20 over 8 is hoop ik dat we nog wel aan de Venezolaanse Polar en de chips toekomen die we vanmiddag nog op het Plaza de Bolívar kochten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten