Een week hebben we nu volgemaakt, maar het lijkt zó veel langer!
Afgelopen nacht duurde ook vrij lang. Net hiernaast bleek een café te zijn waar een groep 'live' optrad tot 1 uur maar daarna was er nog muziek tot 5 uur, de tijd waarop onze wekker afliep. Al met al desalniettemin wel redelijk geslapen. Wel moesten we de "portier" hier nog wakker maken om kwart voor 6, terwijl hij juist ons zou roepen... De bus die om half 7 zou vertrekken liep een half uur vertraging op, maar liep uiteindelijk nog een kwartier in. We stapten uit bij het kantoortje voor het Parque Nacional Puracé, terwijl het nét begon te regenen. Vol goede moed liepen we door de druilerige regen naar de 'Termales San Juan', zowaar met nog 4 andere toeristen (o.a. 2 Duitsers).
Het was een ontzettend groen hooggebergte, met veel frailejones maar ook talloze andere planten. De Termales waren heel mooi, met borrelende poeltjes, zwavelgeur, lava, verschillende kleuren mossen en planten, etc.
Door de regen waren de paadjes wel erg zompig en toen we weer terug naar de ingang liepen begon het nog harder te regenen. Uiteindelijk zaten we nog een uur in het restaurant waar nog 2 toeristen met een motor aankwamen. We bleken elkaar gister in het museum gezien te hebben: een Nederlands stel, uit Wormerveer! Ze hadden thuis ontslag genomen en tourden nu al 8 maanden door Zuid-Amerika. Ze waren begonnen in Argentinië, en reisden via Patagonië, Chili, Bolivia, Peru en Ecuador naar Colombia. Begin oktober liep de reisverzekering af dus dan wilden ze de motor (+aanhanger!) vanuit Venezuela verschepen. We konden hen "de Isla Margarita-route" aanbevelen, omdat ze de goedkoopste reis zochten.
Tot dusver hadden ze eigenlijk geen criminaliteit meegemaakt, leek het. Op veel plaatsen hadden ze "wild" gekampeerd, ook tussen Pasto en Popayan waar het zogenaamd onveilig zou zijn. Wel hadden ze de indruk dat erop die route meer bedelaars en oude vrouwtjes voorkwamen - niet echt het beste stuk van Colombia dus.
Argentinië en Chili waren heel duur geweest (vandaag het wild kamperen), Peru leek op Ecuador en Bolivia was heel arm en had slechte wegen (zoiets als de omgeving van Quibdó dus). Vergeleken met Peru, Bolivia en Ecuador was het verkeer in ieder geval een vooruitgang, met name de bewegwijzering. Wel was hier méér verkeer.
Omdat het buiten iets lichter leek te worden besloten we om naar de dichtstbijzijnde waterval te lopen, net langs de weg zodat we ook weer makkelijk in de bus konden stappen. De waterval bleek nog een flink eind lopen te zijn, en op heel korte momenten na bleef het maar regenen. Dat was wel jammer want het was een heel mooie omgeving. Maar ja, zonder die regen was het waarschijnlijk heel anders! De travel survival kit had wat dat betreft gelijk: er stond dat het er alleen 's ochtends vroeg droog was.
We haalden zowel de waterval als de bus. De busreis was nog een hele belevenis. Op een gegeven moment kregen we een lekke band. Niet zo vreemd, op die onverharde weg vol keien (dat stond níét genoemd in de Tr.S.Kit!). Het leverde wel heel fotogenieke momenten op, want er zaten veel indianen en oude boeren in de bus.
Met een spekgladde reserveband bereikten we toch binnen de 2,5 uur Popayan, zodat we nog tijd hadden om naar Limburg te bellen - het was kwart voor 3, 21:45 in Nederland. Van de busterminal naar het hotel teruglopen was nog wel interessant. We kwamen zowaar langs een paar tenten met een bar en barbecues. Helaas moesten we nodig naar het toilet...
Toen kwam de zwaarste opdracht van deze vakantie: kaarten schrijven! Het werden er een stuk of 25. Daar deden we toch wel een flink uur over. Ondertussen werden we weer aangesproken door een Colombiaanse jongen (we zaten midden in het parkje hier voor de deur). Hij vroeg of we de Iglesia San Francisco wilden bekijken maar hij bleek vooral kennis te willen maken. Hij heette Diego, en toen we zeiden wie we waren en waar we vandaan kwamen liep hij weer weg. Dat is zó opvallend, echt óveral zijn mensen die je zomaar op straat aanspreken en uit pure belangstelling vragen waar je vandaan komt (¿De donde viene?). Niet dat er dan een gesprek ontstaat, althans meestal niet, maar het voelt echt heel warm, welkom! Terwijl er bijvoorbeeld in Ecuador vaak alleen maar "Gringo" geroepen wordt, en in Bogotá ook "Hey Mister", "How are you?", niet vriendelijk maar spottend. Buiten Bogotá is dat dus wel anders! En het gebeurde zowel in Medellín, als in Quibdó, gisteren door een stel uit Cali en vandaag weer dat kind en nog een vrouw op straat. ¿De donde viene?
Toen eindelijk de laatste kaart was geschreven gingen we nog een pizza eten in een bijzonder stijlvol restaurant, afgezien van de plastic stoelen. We waren de enige klanten, hoewel er allerlei vrienden en bekenden bij de balie langskwamen. Een stel zag er wel behoorlijk Europees uit, een man met een zomerhoedje en een vrouw met kort haar (heel bijzonder hier!). Misschien Italiaanse familie? Ze spraken erg goed Spaans en ze gedroegen zich erg klef: ook typisch Colombiaans. Er is geen rustig plekje of er staat een stelletje heel hitserig te zoenen. Vrij genant, maar het lijkt erop dat Colombianen graag romantisch doen.
Bij de pizza's (vegetarisch, jawel! De hele dag geen vlees!) bleek ook een salade te zitten, als voorafje - verschillende groentes met een heerlijke dressing. En de Chileense wijn was heerlijk. De koffie na afloop bleek ook nog gratis te zijn, zodat we alleen pizza en wijn betaalden. Ik gaf dus wel een fooi! (normaal niet hier, misschien omdat je hier apart bij een kassa, vaak achter een ruitje, moet betalen).
Zo, nu zit ik alweer bijna een uur te schrijven. Ik hoop wel dat we vannacht beter kunnen slapen. De kamer is vrij gehorig (niet alleen het café maar ook de straat geeft veel overlast) en piekeren over de 2 grote kakkerlakken in de badkamer is ook niet goed voor de nachtrust. Hopelijk zijn ze vertrokken!








Geen opmerkingen:
Een reactie posten