maandag 14 september 1998

Popayan-Silvia, maandag 14 september 1998

Het is pas half 1 ('s middags) maar het is een productieve dag. Onze vlucht naar Pasto een dag verzet, 26 postzegels geplakt en de kaarten gepost, een buskaartje voor woensdag naar Tierradentro gekocht, en net naar Silvia gereisd.
Het hotel hier (Hotel Cali) is misschien wel net zo mooi - nou ja, onze kamer is wel veel kleiner - maar 4 x zo goedkoop als in Popyan: slechts 10.000 pesos! (US$ 7, 14 gulden). Helaas doet het licht het niet, maar daar wordt aan gewerkt.
De bus vertrok uit Popayan met maar 1 of 2 andere passagiers. De ander was een Amerikaanse oudere vrouw die al 10 jaar in Ecuador woonde. Ze had 5 jaar op de Galapagos gewoond, maar dat was niet vol te houden. Er was maar 2 uur per dag stromend water (soms maar een paar druppels), soms weken geen elektriciteit, en zelfs een keer een aantal weken geen gas, zodat ook restaurants in de problemen kwamen. In de afgelopen jaren is de bevolking er gigantisch gegroeid, doordat de Ecuadorianen dachten rijk te worden van de touristen. In werkelijkheid werd het pure armoede.

"Je kunt je was niet meer veilig buiten laten hangen, er worden veel moorden gepleegd, het verkeer is een gekkenhuis, en de prostitutie verschijnt op klaarlichte dag. Als je als vrouw alleen naar Playa (of Bahia?) Tortuga wilt lopen weet je zeker dat je onderweg wordt verkracht. Alleen toeristen/westerlingen overkomt dat, overigens, omdat die toch de Ecuadorianen niet uit elkaar kennen".

De Amerikaanse kende iemand die 2 vrouwen had verkracht. De politie zou er pas wat aan doen bij 3 misdaden, want dan kun je van het eiland worden verbannen. In ieder geval woonde ze nu in Quito. Pas vorige maand werd een immigratiestop voor de Galapagos van kracht.
De vrouw vertelde ook dat Popayan sinds ze hier de vorige keer was (in 1996) veranderd was van de hemel in de hel. Het verkeer is vele malen drukker en gevaarlijker geworden. Geen wonder dat het vekeerslawaai in 1995 niet in ons boek genoemd wordt...

Maar goed, de vrouw was wel erg klagerig; maar zelfs de helft is al erg genoeg.
Na een kleine wandeling door Silvia stopte er een gele pick-up truck naast ons. De bestuurder bleek een tot Amerikaan genaturaliseerde Colombiaan te zijn, die ons graag wilde rondrijden door de omgeving. Nou, prima! Hij was weer in Colombia omdat zijn zus hier voor Unicef aan het werk was, die hij hier een maand of 2 zou bezoeken. De man vertelde veel ook over dit gebied. Er wordt hier in sommige gebieden papaver gekweekt, zoals hij ons later zou laten zien. Omdat zijn Engels vrij onverstaanbaar was weet ik het niet zeker, maar ik begreep dat het voor de heroïneproductie was. Dit was dan ook volgens hem "guerrilla-country".

Zowel hij als de Amerikaanse vrouw uit de bus (die ook hier in het hotel zit!) vertelden dat afgelopen week (donderdag) op de weg van Pasto naar Popayan een aantal politieagenten door FARC-guerrilla's in een hinderlaag waren gelokt en gedood. Maar goed dat we dat stuk dus gaan vliegen.
Ook hier zijn de wegen trouwens erg slecht - grotendeels onverhard, zoals in Choco. Maar de autorit door de heuvels hier gaf heel mooie vergezichten, met bergen en vulkanen. Onderweg stopten we nog voor een biertje bij een stel mannen die benzine vroegen om hun motor naar het benzinestation te kunnen rijden. Ze bleken leraren van de plaatselijke middelbare school te zijn, waarvan er ook een redelijk Engels sprak en de ander aardrijkskundeleraar was en dus ook redelijk veel over Nederland wist.
Onderweg en ook hier in het dorp zitten we steeds naar de indianen te kijken. De echte tradionele indianen uit de regio hebben prachtig gekleurde kleding aan, heel mooi blauw. Maar veel indianen liggen ook stomdronken van de chicha in de berm. Volgens onze "gids" kwam het zelfs voor dat gistende chicha zoveel gasvorming veroorzaakte dat ze ontploften!
In Silvia zijn ook verscheidene winkels met "artesania", en we liepen er eentje binnen. We konden nog wel een vloerkleed gebruiken en zo ontstond er een hele stapel in de winkel. De vrouw was typisch een Ecuadoriaanse uit Otavalo, altijd onweerstaanbaar verkopend. We bezweken dus, voor een heel gedurfd kleurenschema, maar lang niet zo duur als destijds in Ecuador: 35.000 pesos.
Al met al is Silvia een echt touristendorpje, met veel hotels, cafeteria's en souvenirwinkels. En dat allemaal vanwege die wekelijkse markt op dinsdag. En toch is het hier ontzettend stil op straat, zeker vergeleken met Popayan en is er zeker geen tourist te bekennen. Waar al die mensen van leven is dus een raadsel! Je gunt dit stadje wel veel touristen want het is een heel idyllisch plaatsje, waar je lekker kunt bijkomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten