donderdag 10 september 1998

Quibdó, donderdag 10 september 1998

Het weer in Quibdó valt tot dusver erg mee. Het regent wel eens, maar gelukkig alleen als bui en vaak schijnt ook de zon.
Vanmorgen aten we ergens een ontbijt en vonden we ook een reisbureau waar ze onze vluchten van morgen wel wilden herbevestigen.

Om een uur of 10 meldden we ons weer bij het Foster Parents kantoortje, van waar we tegen half elf met de Toyota vertrokken voor een rit naar San José de Apurre, waar Miller oorspronkelijk vandaan bleek te komen. [Waarschijnlijk moet dit zijn: San Martín de Purre - AW 2017]
De "grote weg" richting Cali en Bogotá was buiten de bebouwde kom al onverhard, en de zijweg naar Apurre bleek helemaal een verschrikking van stenen, hobbels en grote plassen. Het was eerlijk gezegd een wonder dat de auto geen schade opliep.
We bleven ruim een half uur in Apurre, waar we zagen dat de Foster Parents-gezinnen allemaal een eigen "toilet" kregen, maar waar ook een "dorpshuis" met geld van Foster Parents was gebouwd en een medisch centrum werd onderhouden.
Medische post in San José de Apurre
Toilet gedoneerd door Foster Parents
De dingen die je op tv eigenlijk "ver van mijn bed" normaal vindt, zagen we nu "in het echt" - zo gaat ontwikkelingwerk!

De terugweg leek gelukkig iets korter te duren en zo kwamen we weer bij Miller's familie terecht, waar we een uitstekende maaltijd kregen met soep vooraf.
Miller zelf was vandaag al een stuk minder verlegen en ging zowaar wat Nederlandse zinnen proberen voor te lezen.
Om een uur of drie werden we weer opgehaald en gingen we na in het gastenboek te hebben geschreven nog een stukje wandelen, waarbij we ook "San Francisco de Asis"-kathedraal nog bekeken. Eigenlijk een foeilelijk gebouw, voor Latijns-Amerikaanse begrippen sober ingericht, maar met een paar heel mooie moderne wandschilderingen.

Op de terugweg werden de Foster Parents mensen nog aangesproken door iemand die later van de geheime dienst bleek te zijn geweest. Vanmorgen had zo iemand ook al geïnformeerd of wij geen Amerikanen waren, en nu weer. Alle Colombianen hebben blijkbaar een hekel aan gringo's, zelfs van regeringszijde. "Holanda" was blijkbaar een toverwoord want men was zelfs niet in onze paspoorten geïnteresseerd. Wel zouden we ons voor vertrek nog bij de douane (DAS) moeten melden op het vliegveld, om nóg een stempel in ons paspoort te krijgen.

We vonden zowaar nog een terrasje waar we een biertje dronken, na in een supermarkt nog door verschillende mensen te zijn aangesproken (o.a. met de vraag of we geen Budweiser dan wel Buckler of Heineken wilden). Misschien vielen we meer op doordat we allebei onze broekspijpen hadden losgeritst. Vrijwel iedereen draagt hier een lange broek (en de vrouwen meestal een rok of jurk).

We zaten nog vol van de maaltijd bij Miller maar we wilden nog wel iets eten, dus bestelden we bij "Ruth" een bord papas fritas. Als snel kregen we... een bord maaltijdsoep (met bakbanaan en cassave) gevolgd door een enorm bord met uitjes, een halve kip, rijst en papas fritas... plus nog een kom bruine bonen! We hielden uiteraard de helft over!

Nog aparte vermelding verdient het fruit hier. Vanmorgen kregen we onderweg een vrucht die we nooit eerder hadden gezien (smaakte als een kruising tussen appel en pruim) en vanmiddag bij Miller en net bij Ruth kregen we "borojó"-sap, van een vrucht die er uitzag als een mango. Volgens de travel survival-kit schijnt deze vrucht "aphrodisiac properties" te hebben, oftewel de liefde te stimuleren. Wie weet...

Nu zitten we weer in onze hotelkamer en ik maak me wel een beetje zorgen om het feit dat ik nu al 4 muggen heb doodgeslagen - in een gebied waar volgens Foster Parents malaria het meest voorkomende ziekteprobleem is. Nou ja, binnen een paar weken merken we het wel...

Eigenlijk heet de plaatselijke Foster  Parents hier CIDEAL "Centro de Investigaciones y Desarollo Local Autosostenible".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten