woensdag 23 september 1998

Cartagena, woensdag 23 september 1998

Vanmorgen weer vroeg op om de boottocht naar de Islas del Rosario te gaan maken. We hadden nog maar een paar meter gelopen toen we werden aangesproken door Pepe, de man die als eerste mijn naam had opgeschreven, maar die we niets hadden betaald. Ook toen we buiten gingen ontbijten, bleef hij buiten wachten en escorteerde ons naar het havengebouwtje, waar Marjon haar reserveringsbiljet aan señor Alfonso gaf. Waar Pepe uiteraard niet vrolijker van werd. Het havengebouwtje bleek voor belastingheffing te zijn - dat zat dus ook niet bij de prijs inbegrepen! In het kantoortje hadden ze nauwelijks wisselgeld, zodat ik o.a. een biljet van US$ 1 kreeg, waarmee ik 2 flessen water bleek te kunnen betalen... Toen waren we uiteraard in een omheinde omgeving beland, maar ook nu gaf Pepe niet op. Blijkbaar moest hij leven van die 5000 pesos per toerist, wat hij bleef maar roepen Mr Witte, Amigo, Witte, Witte...

Na meer dan een half uur wachten had Pepe het nog lang niet opgegeven. Marjon ging hem toch eens van achter het hek vragen wat hij nu wilde. Tja, geld uiteraard, maar hij noemde geen bedrag meer. Ik had in een van mijn zakken dacht ik nog een biljet van 5000. Dat bleek dus 10.000 te zijn, het bedrag wat hij eigenlijk wilde, maar op 700 pesos na bleken we niets meer bij ons te hebben... Eigenlijk hadden we nog 1000 pesos tegoed van de bootkaartjes maar daar dachten we pas te laat aan. En zo betaalden we 10.000 aan Alfonso, 10.000 aan Pepe en 25.000 aan Socatour, samen 45.000 ofwel 5000 meer dan Pepe eerst had geboden...
Samen met Marjon op de foto op de boot
We moesten erg lang wachten tot er een boot zou aanleggen. Behalve dat ze nog meer toeristen wilden lokken bleek de stuurboordmotor ook kuren te vertonen, want toen hij eindelijk had aangelegd en wij waren ingestapt duurde het ook nog wel een kwartier voor het ding wilde starten (zoiets als toen in Quibdó, we hebben pech met motorboten!). In ieder geval ging het lekker snel met twee buitenboordmotoren. Maar ja, het is Colombia, dus we legden nog een keer of 3 aan om mensen te laten in- en uitstappen, voor we écht op topsnelheid het ruime sop kozen. Er waren behoorlijke golven en zo klapte het bootje keihard op en neer. Het was een wonder dat niemand echt zeeziek werd, hoewel Marjon er flink misselijk van raakte.


Onze boot wordt onderweg geënterd door bedelende kinderen
De eerste echte stop, na anderhalf-twee uur varen, was het grote zee-aquarium op St. Martin, waarvan de entree óók apart moest worden betaald. Dan konden we dus niet, en zo hebben we maar anderhalf uur op het piepkleine eilandje rondgewandeld (misschien 300 meter) en water gedronken... We hadden niet echt stevig ontbeten, en het was alweer een uur of 12 toen ik ontdekte dat je bij een klein cafeetje mini-koekjes kon kopen voor 400 pesos. Zo had ik nog 300 pesos, en konden we gelukkig weer een paar uur verder zonder echte honger, bleek.
Het piepkleine eilandje St. Martin met het zee-aquarium
Hoewel de bemanning geen aanstalten maakte, besloten de passagiers zo tegen kwart voor 1 weer in te stappen, waarna de bemanning schoorvoetend volgde - en vervolgens de stuurboordmotor niet meer werd gestart (bij het vertrek leek het er ook al op dat ze anders niet weg mochten) - ze wilden er zuinig op zijn?

Weer een heel eind varen (terug naar Cartagena) naar het Playa Blanca, het hoofddoel van deze reis. Nu zouden we de snorkels kunnen gebruiken. Althans, na het eten, leek het. Maar het eten leek op zich te laten wachten, en dus nam ik tussen de zonnebril-, snorkel- en kraalketting-verkopers door een flinke duik in het heerlijk warme water. Terugkerend ontweek ik de garnalenverkoper en de massagemeisjes en ontdekte ik dat Marjon werd gestrikt door een kraalkettingverkoper, die had ontdekt dat Marjon wel van lapis lazula-stenen hield, een inderdaad mooi natuurlijk blauw gekleurde steensoort. Maar ja, ondanks dat we geen geld hadden bleek ook nu de ongekende vasthoudendheid van Cartageense verkopers. Na meer dan een kwartier had ik er schoon genoeg van en ik besloot dan maar onbeleefd te worden. Dat hielp ook pas na 10 minuten steeds minder subtiel formuleren. Hèhè! Inmiddels leek het erop dat het eten veel later zou komen, dus legden we onze bagage bij een paar betrouwbaar uitziende excursiegenoten, en gingen samen lekker een tijdje snorkelen. Ik had nu de andere bril op, en die zat perfect, terwijl de eerste juist Marjon goed paste. Het was heerlijk! Meer verschillende vissen gezien dan 3 jaar geleden in Venezuela.

Terug bij de bagage bleek dat we alweer in moesten stappen - aaai, het leek net zo'n leuk begin van het snorkelen, en waar bleef het eten??
Fuerte San Fernando - met een pelikaan erop
Bijzonder veel water opspetterend, weer met maar 1 motor, bereikten we weer een hele tijd later Fuerte San Fernando, het grote fort dat samen met het aan de overkant gelegen Fort van San Jóse de toegangswateren van Cartagena bewaakte. Boven bij de aanlegsteiger werden we pas echt besprongen door bedelende kinderen en verkopers van schelpen en kokoskoeken (op de heenweg waren we hier ook al gehinderd door kano's vol bedelende kinderen). Ik was nog even kwaad vanwege de kraalkettingverkoper en duwde iedereen met een wild gebaar aan de kant. Daar bleek ook een oudere man bij te zien die alsnog in beleefd Engels 'I am your lunch' kwam zeggen. Hij bedacht zich en legde uit dat hij van het restaurant was waar we zouden gaan lunchen. Gezien de ongemanierdheid van de rest van die dag was hij echt een verademing, hoewel hij in feite al snel soortgelijke bedoelingen bleek te hebben, want hij vertelde ook dat hij ons na het eten langs het fort zou rondleiden.
Het restaurant met kettingverkoper bij Fuerte San Fernando
Maar goed, het restaurant was eigenlijk in een dorpje net naast het fort, en achter ons werd de deur dichtgedaan omdat het hele dorp met alle mogelijke koopwaar naar binnen dreigde te vallen. Dus zo zagen we tijdens de maaltijd voor het ene raam een paar bedelende jongens gebaren, voor het andere raam een schelpenverkoper en voor weer een ander raam een etenswarenverkoper (erg logisch bij een restaurant). Toen we het eten [Vis: pargo (red snapper), vleeseter met stekels op zijn rug met rijst die in kokosmelk was gekookt (heerlijk!) en gebakken platano (bakbanaan)] zo goed als op hadden ging de deur open en kwam alsnog het halve dorp binnen.
Mijn pargo / red snapper
Een kokoskoek leek nog een prima toetje en kostte precies 300 pesos. Ik wist dat ik dus geen fooi meer zou hebben, maar toch begon de ontzettend sympathieke man in zijn beste Engels met de keurige rondleiding. O.a. liet hij ons de plek zien waar een belangrijke scène van Romancing the Stone werd gefilmd (met o.a. Michael Douglas).
Onze gids bij het fort
Aan het eind mompelde hij dus beleefd iets over 'I do this for a living'... en toen hadden we dus niets. Bedremmeld moesten we ontdekken dat we hem alleen een pet en een balpen konden aanbieden. Uiteraard keek hij heel sip, maar gelukkig nam hij het maar zoals het kwam. Een schelpenverkoper dacht er het zijne van en bood zo'n beetje al zijn schelpen aan voor mijn pet, waarbij ik met 3 niet al te bijzondere schelpen genoegen nam. Maar ja, de haaietanden- en visgraatmessenverkoper wilde mijn t-shirt, en dat had ik er bepaald niet voor over. Gelukkig begreep hij het wel, maar al snel dook er een keurig schoolmeisje op dat nog een balpen opeiste; helaas was die net aan de gids vergeven maar dat kon ik haar niet duidelijk maken. Met lange passen dus weer terug naar de boot, gevolgd door de andere reizigers met soortgelijke ervaringen (hoewel de meesten ook Zuid-Amerikanen waren).
De gids maakte zelfs nog een foto van ons
Onze boot bij vertrek van Fuerte San Fernando
Enige ondieptes voorzichtig passerend kwamen we via Bocagrande weer aan in het centrum van Cartagena, waar het lekker weer was en een oase van rust vergeleken met Playa Blanca!

Na een biertje en een heerlijke douche wandelden we nog naar 'La Crèperie' op het Plaza de Bolívar, waarbij we eigenlijk alleen door 2 bedelaars werden aangesproken, die we helaas nog steeds geen kleingeld konden bieden.

Maar goed, La Crèperie dus. Je kunt er eigenlijk alleen buiten zitten, onder de enorme balkons van het typische koloniale plein. Op het plein de enige eetgelegenheid en een ware sensatie. Fantastische pannenkoeken gevuld met van alles, zalig, en als toetje allebei een coupe vanille-ijs met espresso. Fantastisch. En om een of andere reden hoefde we veel minder te betalen, zodat ik het maar een paar duizend naar boven afrondde. Weer geen kleingeld...

We kwamen echter niemand meer tegen en we kunnen nu lekker in ons hotelletje relaxen. Wel typisch hier is dat iedereen in een kring buiten in de patio zit, rokend en bierdrinkend net voor ónze kamer, met dubieuze muziek. Misschien omdat deze kamer en die hier tegenover iets verder uit elkaar staan, zodat hier is meer ruimte is voor stoelen voor de deur. Maar het is echt continu dat iedereen er gaat zitten, ook al zijn er nóg 2 tafeltjes verderop. De voertaal is Engels (Brits) en de sfeer is verveeld, dus niet echt uitnodigend. Nou ja, het volume is laag dus we overleven het wel!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten