zondag 20 september 1998

Pasto, Volcán Azufral, zondag 20 september 1998

Zoals gebruikelijk op onze vakanties nog eens de plannen veranderd. In plaats van het indianendorp Sibundoy gingen we vandaag een vulkaan bezoeken bij het plaatsje Túquerres. Maar hoe kom je daar? Volgens het boek gingen er regelmatig "colectivos" naar toe, maar waar vandaan? Een van de weinige échte fouten in het boek. Maar even naar de plek waar volgens het boek de meeste busmaatschappijen zaten. Een beetje rommelig, inderdaad een paar bussen in de straat, maar geen "colectivos". We werden aangesproken door een vrij westers uitziende zwarte man, die ons in redelijk Engels waarschuwde voor deze buurt. Hij bleek juwelier te zijn en kende Europa vrij goed. Hij had een jaar in Nederland gewoond. Omdat hij Schiphol wel kende (en Amsterdam, The Bulldog, Leidseplein) wist hij zowaar Hoofddorp ook te plaatsen. In ieder geval wist ij ook waar de colectivos naar Túquerres vertrokken. Bij de "Terminal de Transportes", het busstation dus. Dat stond al helemaal niet in het boek! De taxichauffeur die ons erheen reed kon dat wel verklaren. Het busstation was namelijk pas twee jaar oud, terwijl het boek uit 1995 dateerde...

De terminal was vrij sjofel gebouwd en leek daardoor wel ouder, maar het was in ieder geval niet moeilijk om er de weg te vinden. "Colectivos" bleken grote, meestal zwart gekleurde Amerikaanse auto's te zijn. Ze reden weg zodra de auto vol zat, met 2 passagiers voorin en 3 achterin. De twee voorin bleken ook bij elkaar t horen; rechts een dove jongen, links begeleid door een jongen die gelijk een gesprek in het Engels begon. Hij praatte eigenlijk wel erg veel, misschien was hij een beetje dronken. Hij was in de VS geweest en praatte daardoor nogal "Fucking" Engels... Hij wilde Colombia wel verlaten en vroeg daarom veel over Europa en vooral Nederland. Hij bleek veel naar Radio Nederland Wereldomroep te luisteren! Hij was ook 2 weken met nog iemand boven op de vulkaan geweest waar wij heen gingen, de Azufrál, zei hij.

Met een gesprek verliep de reis gelukkig wel redelijk snel (1 1/2 uur, 4500 pesos p.p.) en vervolgens konden we in Túquerres gelijk aan de overkant van de straat een jeep huren om ons op weg te helpen. Om de hele tocht te lopen hadden we niet genoeg tijd. De chauffeur vroeg 10.000 pesos, nou ja, het zal wel. Hij reed niet erg ver de helling op, zei dat de weg verder te slecht was en dat het nog ongeveer een uur lopen was. Hij incasseerde de 10.000 pesos en zou om 3 uur weer terug zijn.

Vol goede moed begonnen we aan de wandeling. Er stond al gelijk een bordje: Laguna Verde (het meer op de top) 8 km. Dat klonk voor een uur behoorlijk ver, zeker omdat de weg behoorlijk steil begon. De weg, die toch voor een jeep behoorlijk begaanbaar was want we kwamen er nog drie tegen, slingerde en slingerde. Een half uur, een uur, anderhalf uur... Weer een jeep: nog 2 kilometer, werd er gezegd... dus pas 3/4 afgelegd! Maar het was een spectaculaire tocht, met een mooi uitzicht. Wel koud, maar ja, het liep tegen de 4000 meter!

Uiteindelijk bereikten we na 2 uur het geweldig mooie Laguna Verde, in een verder behoorlijk stille omgeving.
Op de terugweg zagen we nog een grote, donkergekleurde roofvogel zweven. Hij had nog het meest weg van een gier, maar toch anders. Zou het een condor geweest zijn? Ik had op de heenweg ook al een roofvogel gezien, blauwig grijs gekleurd. Ik denk dat het een havik was. Opvallend was de vorm van de vleugels. De staart kan ik me niet herinneren, niet groot, lang of wijd dus.
Teruglopend zagen we bovendien verschillende kolibries die we dus weer op foto en dia probeerden vast te leggen...
Inmiddels hadden we geconstateerd dat de jeepchauffeur ons gewoon had opgelicht. Het was veel meer dan een uur lopen. Op de terugweg liepen we best stevig door, en ook nu deden we er twee uur over. Iets voor de afgesproken tijd kwamen we bij de plek waar hij ons had afgezet, maar we besloten gewoon verder te lopen. Volgens het boek zou het namelijk 3 uur zijn van de top naar Túquerres, en we hadden er al 2 afgelegd, terwijl we niet de indruk hadden dat dit het zwaarste deel van de tocht zou zijn. Inderdaad viel het wegdek erg mee en de enige hindernissen leken de blaffende hondjes te zijn.

Eerlijk gezegd was de weg erg saai, want er was geen enkel uitzicht; alleen links en rechts van de weg een hoge lemen wal met begroeiing. Als Tesselaar zou ik "tuunwoalle" moeten zeggen, maar ze waren wel 2 x zo hoog.

We passeerden nog een stel kinderen die volleybalden met een over de weg gespannen touw als "net". En toen kwam er keihard een brommer aanscheuren... Gelukkig zagen de brommerrijders het touw op tijd, en liep het goed af (bukken!). We draaiden ons om met de bedoeling om verder te lopen, toen we zagen dat iets verderop twee mannen op de weg stonden, waarvan er 1 een bivakmuts op had, en de ander zijn gezicht had weggedraaid. Guerrilla's? Bandieten?? Er klopte iets niet aan de situatie. Ik besloot gewoon verder te lopen, ook al omdat ik het niet goed kon zien. Gezien de "tuunwoalle" konden we verder toch geen kant op. Marjon volgde, aarzelend.

Tja, de bivakmuts was blauw, de andere man was niet gemaskerd, ze hadden niet echt duidelijk wapens, en er waren kinderen bij. Ik liep verder en vroeg of dit wel de goede weg naar Túquerres was. De gemaskerde man zei ook "Buenos tardes", en "Si" en dat was alles!

De weg leek weer steeds langer te worden, net als op de heenweg, en de jeep bleek inderdaad niet terug te komen - zoals we al hadden verwacht. Maar na iets meer dan een uur bereikten we tóch Túquerres en vonden we na enig zoekwerk ook weer een colectivo naar Pasto. Al met al hadden we bij continu, berg op en af in 5 uur meer dan 20 kilometer afgelegd. Terwijl de colectivo nog op een vijfde passagier wachtte kocht Marjon dus nog snel wat te eten en drinken! We hadden de hele tocht afgelegd met ieder 2 broodjes (droog!) en één flesje drinken. De "taxi"rit duurde wel een stuk langer, ook al doordat de chauffeur continu met andere passagiers alle dorpspraatjes zat door te nemen... ¡Si señor! Eigenlijk wel heel grappig, omdat de chauffeur net z'n gekke manier van praten had als de clown Bassie, van Bassie en Adriaan. Hij had echter geen zin om op het terrein van de "terminal" van Pasto te stoppen en dus moesten we snel langs de straat eruit. Met de andere man er nog in reed de "colectivo" vervolgens snel weer terug naar Túquerres. In de taxi terug naar het hotel realiseerde Marjon zich dat ze in de commotie bij het uitstappen op straat haar stoere regenjas was vergeten. Die is nu dus in Túquerres!

Ik was inmiddels uitgeput en had hoofdpijn, dus tijd om wat te gaan eten en douchen. Het was inmiddels donker op straat dus we wilden niet ver lopen voor het eten. Wat bleek: alle panden in de hele straat waren potdicht afgesloten, met rolluiken. Behoorlijk eng, in die slecht verlichte groezelige straat. Eerlijk gezegd deinsden we terug en zochten in de hotelkamer het boek maar op. Het bleek dat op de "Plaza Nariño" (het centrale plein hier) een zelfbedieningszaak was die bovendien 24 uur per dag geopend was. We liepen weer de donkere straat door, net iets verder nu, naar het Plaza Nariño. En inderdaad: Punto Rojo was als enige wél open. Met een sapje, een fruitige lasagne en een kop koffie met Mr Bean op tv kwam ik weer helemaal op de been. Nog één keer de donkere straat, een slingerende dronkaard ontwijkend, en toen kon ik in onze hotelkamer een welverdiende douche nemen.

Middenin de vorige zin zag ik op het tv-journaal dat er een bloederige FARC-aanslag op een aantal militairen was gepleegd in El Rosario, Nariño. Volgens mij zijn we daar vandaag of gisteren nog langs gereden...!! Helaas staat El Rosario niet in ons boek. [AW 2016: El Rosario ligt aan een zijweg van de weg naar Túquerres].

Zo, en nu een biertje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten