vrijdag 18 september 1998

Popayan-Cali-Pasto, vrijdag 18 september 1998

Onze laatste uren in Popayan! En zowaar kwam er nog een of andere demonstratie langs die eindigde voor het gebouw van de Gobierno. Ik kon het nog zien doordat ik nog 2 kaarten moest posten: een naar Miller en eentje naar onze Foster Parents gastheren/vrouwen. Toen we uit het hotel wilden vertrekken bleek dat onze kamer niet 10.000 per nacht kostte, maar 10.000 per persoon per nacht. Dat was wel beter in verhouding, maar ja.

Een taxi bracht ons nog eens naar het busstation, voor de 4e en laatste keer. De bus wachtte nog een half uur, naar later bleek wachtte hij op een andere bus voor passagiers. Blijkbaar wilde de chauffeur het half uur nog inhalen, want we scheurden links én rechts inhalend binnen 2 1/2 uur naar Cali (normaal 3 uur). Op het busstation van Cali stond al meteen een bus naar het vliegveld op het punt te vertrekken en zo liep het allemaal zeer voorspoedig. Op het vliegveld was het prima vol te houden, met koffie en donuts, en toen herhaalde zich een stukje van onze geschiedenis: Met een Fokker 50 met Nederlandse registratie vlogen we naar Pasto.


Een spraakzame taxichauffeur reed ons vervolgens naar de stad. Hij bleek 2 jaar profwielrenner geweest te zijn en had nog in de Giro d'Italia en de Vuelta in Spanje gereden, in 1991. Hij wilde ons graag in een van "zijn" hotels hebben en zo belandden we in Hotel Paisa, waar hij 25 %  korting voor ons wist te bedingen! Niet verkeerd. Het beste bed tot nu toe, de hele dag warm water, tv. Het restaurant was in de Travel Survival Kit aangeraden om zijn keuken, met echte "Paisa"-maaltijden (d.w.z.: de keuken van de provincie Antioquia). Het bleek een echte plattelandskeuken te zijn, met bonen en spek.

En zo zitten we nu een beetje tv te kijken...

De omgeving van Cali was trouwens ook wel bijzonder. Net zo vlak als een Nederlandse polder, met kilometers en kilometers suikerriet. Hier en daar werden oude planten verbrand, zodat er heel veel roetdeeltjes in de lucht zaten; zelfs in het luchthavengebouw. Sommige stukjes waren afgegraven en onder water gezet. Daar stonden dan meteen tientallen spierwitte zilverreigers te vissen.

Het geoogste suikerriet werd met speciaal ontworpen opleggers vervoerd, en soms ook met speciale "treintjes" van aanhangers achter een tractor - soms wel 3 of 4 aanhangers achter elkaar.

Cali heeft overigens ook échte treinen gehad, maar dat is rond 1990 helemaal afgelopen. De rails zijn vervolgens geplunderd. We zagen nog een paar begroeide wagons staan, dat was alles. Bij Bogotá is nog wel een toeristenstoomtrein die alleen in het weekend rijdt, en er schijnt ergens nog een gewone trein te rijden.

Deze kamer kregen we niet zomaar. Ik had om een kamer gevraagd die niet aan de straatkant lag, maar al snel bleek dat er ergens in de buurt ontzettend harde 'dance'-muziek werd gedraaid. Boemboemboemboemboemboem, alsof er geheid werd. Na een kwartiertje toch maar een andere kamer gevraagd, ook al herhaalde de eigenaar nog eens dat de muziek om 8 uur afgelopen zou zijn. Er bleek alleen een kamer met verkeerslawaai te zijn, dus dat was geen optie. Een paar minuten later kwam de eigenaar toch nog terug met een andere kamer, en daar zitten we nu. Er is wel iets van het verkeer te horen, en de kamer kijkt uit op de garage van het hotel, waar ook nog wel wat lawaai uit komt, maar we zijn in ieder geval aardig bijgekomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten