maandag 21 augustus 2017

20 augustus: Toch naar Jasper National Park

Vandaag moesten we onze stacaravan weer ontruimen, maar we konden pas om 16:00 terecht in onze volgende accommodatie. In ieder geval moesten we dus weer alles inpakken. Afgelopen nacht waren we niet wakker geschrokken van beren of ander lawaai; voor het eerst deze vakantie hadden Marjon en ik aan een stuk door geslapen. We waren natuurlijk erg moe geweest van de flinke autoritten en vooral de klimmende wandelingen. We waren tegen tienen gaan slapen en werden om kwart voor 7 wakker. 

Bij het opruimen ontdekte Nando dat er een ronde robot-stofzuiger in zijn slaapkamer stond! Daar maakten we natuurlijk dankbaar gebruik van tijdens het inpakken. Uiteindelijk reden we rond half elf weg. Weer reden we Highway 93 op, om voor de derde keer die 80 kilometer af te leggen naar de zgn.  Castel Junction. Ons schema was gisteren aardig in de war geraakt. Moraine Lake stond pas op zijn vroegst morgenmiddag op het schema! Omdat de afstanden toch wel mee leken te vallen, omdat we nog te moe waren om veel te wandelen, en omdat het ook nog eens erg koud was, besloten we door te rijden naar het noorden, richting Jasper National Park. Al zodra we de slagbomen van het park passeerden (er werd niet gecontroleerd omdat Canada 150 jaar bestaat) begon het een beetje te spetteren. De temperatuur lag ruim onder de 10 graden en vanwege de regen was het natuurlijk flink bewolkt. Maar het was duidelijk dat hier de mooiste gletsjers te zien waren! Deze weg heette dan ook de Icefields Parkway. 

We hadden TomTom ingesteld op Peyto Lake, en dat was inderdaad fantastisch mooi. Mede door de grijze wolken en de regen kreeg alles een prachtige sfeer.
Alles hier was gigantisch groot, vooral veel groter dan wat we gisteren hadden gezien. Toen Nando en Marjon iets verder liepen om nog wat foto's te maken, kon ik het een beetje in perspectief zien:
Wat wel erg opviel, was weer het grote aantal toeristen en de schaarse parkeerruimte. En natuurlijk de speciale beerbestendige prullenbakken:
Omdat het leek alsof de weg verderop door de sneeuw liep, reden we verder over de Icefields Parkway. De weg ging echter meer naar beneden dan naar boven. Omdat we de toeristen een beetje zat waren, stopten we bij de minder bekende Waterfowl Lakes. We werden niet teleurgesteld; er waren inderdaad maar een paar andere mensen en door de enorme bergen en gletsjers konden we mooie foto's maken!
Het was duidelijk dat de sneeuw langs de weg nog niet in beeld kwam, en het al drie uur 's middags was, besloten we om te keren en naar onze volgende accommodatie te rijden. Maar onderweg stopten we nog bij een andere belangrijke bezienswaardigheid: Bow Lake, met de Crowfoot Glacier. Er was vandaag overal genoeg parkeerruimte (misschien door het slechte weer) en dus hadden we voldoende gelegenheid om tussen de toch nog aanzienlijke aantallen toeristen een paar mooie foto's te maken:
En dit is Crowfoot Glacier:
Zoals gezegd reden we door naar de volgende accommodatie, de Hummingbird Suite in het dorpje Field. Field is heel klein met maar een paar honderd inwoners en veel huizen waren natuurlijk een Guesthouse. Onze suite is de kelder (basement) van Hummingbird Guesthouse. Daar zijn we vandaag verder binnen gebleven: koffie, eten, koffie, foto's overzetten, drie afleveringen Suits gezien op Netflix (seizoen 6 is in Nederland nog niet te zien en hier wel) terwijl ik dit zat te typen. Het is nu rond half tien en we gaan naar bed, want morgen vroeg op om Emerald Lake te zien, nog zo'n beroemd meer. En dus ook erg druk, dus we willen er op tijd zijn voor een parkeerplekje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten