Gisteren waren we vroeg op en dus konden we op tijd naar Schiphol. Zoals gebruikelijk liepen we naar de bushalte Graan voor Visch en namen we bus 300. Op Schiphol had ik verwacht dat we zelf de bagage moesten inchecken, maar blijkbaar is dat alweer afgeschaft of gebruikt KLM dat alleen voor bepaalde bestemmingen. In ieder geval was er weer als vanouds een grondstewardess die onze koffers heeft ingecheckt. De bagagecontrole duurde ook niet te lang. Het liep allemaal op rolletjes; blijkbaar was er inderdaad extra capaciteit beschikbaar. Voor ons nieuw was de zelfbediening-paspoortcontrole. Dat was vanaf 16 jaar dus niet voor Nando. Ole en ik kozen een rij voor zelfbediening en Marjon ging met Nando mee. Maar dat gaat tegenwoordig niet zomaar: beide ouders moeten aanwezig zijn. Dus na mijn paspoortcontrole moest ik toch nog even naar Nando en Marjon.
Maar goed, zoals gezegd ging het op rolletjes. Ik kocht nog een cappuccino voor Marjon en mij, en voor Nando een kop Earl Grey. Bij Gate F3 hebben we niet eens heel lang hoeven wachten voor we konden instappen. Ik had in het vliegtuig al stoelen gereserveerd en zo kwamen we op rij 34 en 35 stoel A en B. Onze Airbus A330 stond naast een Boeing 747, misschien wel het vliegtuig waarmee Ole en Marjon naar Kenia vliegen.
Vliegen met KLM is heerlijk, en zeker in vergelijking met onze gebruikelijke vervoerders Vueling, Transavia, Iberia en Ryanair. Af en toe een drankje, we kregen een keer een ijsje, voor de vegetariërs een pastamaaltijd met als toetje echt heerlijke profiteroles (en voor Nando en Marjon kip met oestersaus) en aan het eind van de vlucht nog een pizzamaaltijd met nog een heerlijk toetje.
Tijdens de vlucht bleek alleen helaas dat de stoelen bij het raam voor Ole en mij geen goed entertainment systeem hadden, waardoor het beeld bij mij steeds haperde en na een paar uur allebei onze systemen bleven hangen. Ik had ondertussen de Beatles-documentaire Eight Days a Week bekeken (een aanrader voor wie zich afvraagt waar iedereen zich toen zo druk over maakte) en was bezig met Indiana Jones Raiders of the Lost Ark. Toen heeft een stewardess voor ons de twee kastjes opnieuw opgestart.
Een uur voor de landing kwamen ineens de Rocky Mountains in volle glorie tevoorschijn! We vlogen vlak langs de mooie natuurparken waar we over een week naar toe rijden.
Zodra we hier voorbij waren, kwamen we bij het gebied met de meeste bosbranden in British Columbia. Dat was te merken - elk bergdal hing vol rook, en alle vlakke gebieden waren onzichtbaar.
Pas op minder dan een half uur voor de landing begon het vliegtuig te dalen, vanaf bijna 12 kilometer hoogte! Dat had ik niet verwacht. We hadden gelukkig nauwelijks last van onze oren.
Het vliegveld van Vancouver zag er nieuw en ruim uit, maar oogde met veel tapijt op de vloer toch niet heel modern. De aankomsthal met de paspoortcontrole had wel een spectaculaire entree met 2 enorme totempalen.
Ook hier moesten we zelf onze paspoorten controleren en zelfs een pasfoto maken. We zagen er vreselijk uit en na 2 of 3 pogingen bij Marjon kreeg zij alleen een kruisje als foto. Daarna moesten we toch nog even praten met een jonge douanebeambte. In opvallend Brits Engels vroeg ze heel vriendelijk How are you? op een toon alsof ze me al jaren kende. Ik begon er helemaal van te stotteren. Ze wenste ons een fijne vakantie en toen mochten we naar de autoverhuurbalie van Alamo. Het was even zoeken want we moesten ervoor naar buiten, en daarna liepen toevallig net de meeste medewerkers even weg. Ik begon maar een praatje tegen iemand die iets voor een andere klant aan het regelen was en ook nu was het gelijk een geïnteresseerd gesprek. Toen ik aan de beurt was kreeg ik te maken met een man die wel vriendelijk was maar met zo'n Indiaas accent sprak dat ik alle autonamen niet verstond.
Uiteindelijk kregen we in de garage een flinke Audi. Maar helaas, onze grote kunststof koffers pasten er niet allebei in. Een sympathieke man en een vrouw die in de garage werkten maakten allebei ruim de tijd om ons te adviseren en andere auto's in onze prijsklasse te laten proberen. Uiteindelijk namen we genoegen met een BMW X1 waarin het allemaal maar net lukte. De bagage was nog steeds krap maar de personen hadden alle ruimte. Een BMW is natuurlijk luxe, maar in dit model was het nog een tikkeltje extra! Met een zonnedak over de hele lengte, in delen elektrisch verstelbare voorstoelen... We moesten de man in de garage nog eens vragen ons te helpen bij al die knopjes! En het was natuurlijk zoals alle auto's hier een automaat, dus ik was blij dat ik daarmee bij mijn werk al wat ervaring had opgedaan.
Ondanks de vermoeidheid na een lange vlucht lukte het autorijden best aardig, ondanks de andere omgeving en aanzienlijke drukte. We kwamen na een tijdje bij de Amerikaanse grens, waar een file ontstond voor de verschillende loketten. Na een tijdje stilstaan kwam er ineens een groepje van wel vijf of zes agenten uit het douanegebouw naar buiten rennen. Blijkbaar had zich iemand gemeld die op het verkeerde lijstje stond, want na een paar minuten werd een man met handboeien afgevoerd! Toen alles weer in beweging was gekomen, kon ik al vrij snel stoppen bij een loketje. Ik had verhalen gehoord over de intimiderende houding van de Amerikaanse overheid in uniform, maar net als bij de Canadese grens was ook deze vrouw heel extravert en sympathiek. Ze vroeg of ik al vaker in Amerika was geweest en toen ik nee zei, zei ze tot mijn verbazing 'Excellent' en ze moest lachen toen ik daarom moest lachen. Hoewel ik vertelde dat ik zowel een ESTA had als een I-94 had aangevraagd, verwees ze me toch uiterst vriendelijk naar het kantoor voor nader onderzoek.
Het kantoor was een typische, anonieme douaneruimte zoals we die ook in Zuid-Afrika op de grens met Swaziland hadden meegemaakt. Ongeveer 12 loketten waarvan er maar een stuk of 5 in gebruik waren, ongeveer 20 wachtenden voor ons en geen enkele vooruitgang. Een man met het uiterlijk van een zeeman die hard praatte leek zijn werk achter de balie niet leuk te vinden en dus werd ik er niet vrolijk van.
Maar na een tijd die wel een uur leek te duren waren we dan toch aan de beurt bij een vrij jonge politievrouw met een kogelvrij vest en de haarstijl van Elly Lust. Ook deze mevrouw bleek weer uiterst vriendelijk en geïnteresseerd. Toen ze zich realiseerde dat we uit Nederland kwamen, vertelde ze dat ze was opgegroeid in Lynden (wat ze uitspraak als Linden), een soort Nederlands folklorestadje waar we al van hadden gehoord. Haar collega van de balie naast haar lachte haar uit toen ze dat vertelde, maar het was goed bedoeld. Ze wees ook nog naar Ole en Nando die zo lang waren. Dat kende ze wel uit Lynden; ze vertelde dat ze zelf een Duitse achtergrond had en dus veel gemeen had met de Nederlanders in Lynden, behalve haar lengte... Veel basketballers in Lynden. Ik liet nog mijn 'eeuwigdurende' visum uit 1983 zien en ze vertelde dat ze dit nog niet eerder had gezien. Ze betwijfelde of het wel geaccepteerd zou worden als ik er echt gebruik van wilde maken, omdat zij het dus niet kende en haar collega's dus vast ook niet. De aanvraag voor een I-94 via internet bleek weinig zin te hebben gehad, behalve dat ik dus al betaald had, zodat we na ontvangst van de I-94 niet meer langs de kassa hoefden te gaan.
We namen nog even wat tijd voor het toilet, en daar werd een culturele afwijking van Europa bevestigd die we ook al op het vliegveld van Vancouver hadden ontdekt. Behalve dat een toilet hier 'restroom' heet (een eufemisme van heb ik jou daar), zit er een aanzienlijke hoeveelheid water in de toiletpot. En als je na het toiletgebruik de kraan opendraait om je handen te wassen, komt er nogal heet water uit!
Nou ja, toen reden we dus door naar Seattle. Onderweg realiseerden we ons weer dat de naam Lynden is afgeleid van Lijnden, een dorp in onze gemeente Haarlemmermeer. Dat was toch wel heel toevallig. Seattle was in totaal meer dan 2 uur rijden en vanaf de snelweg konden we al mooi de skyline met de Space Needle zien. Iets voor acht uur 's avonds, ofwel 03:00 volgende ochtend Nederlandse tijd. Het was er nog lekker warm en we werden na even zoeken welkom geheten door Carol die achter in haar fraaie tuin een huisje voor ons had staan.
Eigenlijk hadden we gezien de tijd nog wel recht op een avondmaaltijd, maar na een korte wandeling door een nogal sjofele Vietnamese buurt besloten we genoegen te nemen met een blikje cola die we bij een Vietnamees restaurant met creditcard konden afrekenen. We hadden nog geen Amerikaanse dollars! Daarna, waarschijnlijk iets na negenen plaatselijke tijd, waren we te moe om nog op te blijven en gingen we dus naar bed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten