zondag 8 augustus 1993

Naar San Antonio aan de Colombiaanse grens

Het slapen ging niet zó geweldig: droog en (weer) gehorig. Na een aantal uren in de bus kwamen we eerst in San Cristóbal waar een stomme man ons met gebaren duidelijk maakte dat we in Colombia toch erg op onze spullen moeten letten... De reis naar San Cristóbal was mooi, met afwisselend droge en heel natte (groene) stukken in een landschap dat soms heel plat en aan het eind weer heel bergachtig was.
San Cristóbal (op het rode busje liggen onze rugzakken). Let op de bus die geduwd wordt!
Na de schrik van de stomme man kwam de busreis naar San Antonio aan de Colombiaanse grens, waar we nu in een prima hotel voor (weer) 500 Bs zitten. Hier hebben we de hele stad doorzocht om een uitreisstempel te krijgen (gelukt) en pillen te kopen want nu is Marjon wel weer genezen van de griep (als het griep was) maar ze zit al wél (en nog steeds) een week verstopt.

In ieder geval, zodoende hebben we een aardig beeld van San Antonio gekregen - oei, oei. Veel zwerver-achtige mensen, alles gesloten op zondag en een vrij bedreigende sfeer. Het enige restaurantje waar we konden zitten was vies en lelijk en we kregen er spaghetti met boter, kaas en een rauwe in plakjes gesneden tomaat. Een opvallende zwerver kwam naar ons toe, een vrij nette jonge (±30) Antilliaan die een heel verhaal ophing over de Antillen en Nederland (in het Engels) en aan het eind toch (vaste prik) om 50 Bolivar vroeg. Toen we "nee" zeiden zei hij dat we er nog over mochten denken en zo bleef hij zitten, een paar tafeltjes verderop, tot we uitgegeten waren en hadden betaald. Het bleef echter "nee" (waarom zouden we hem wel wat geven en die vele andere bedelaars die we zagen niet?) en het kostte heel wat moeite om van hem af te komen.

De rest van de avond waren we best wel overstuur en we hopen maar dat Colombia mee zal vallen. Onprettiger dan San Antonio kan echter bijna niet.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten