vrijdag 1 mei 2015

Van Todra naar de woestijn

We sliepen niet erg goed in Dar Ayour; met de airco aan was er teveel lawaai en met de airco uit werd het te warm. Bovendien kwamen er nogal veel vliegen binnen door het raampje van de badkamer. We hadden met Ali niets afgesproken maar om 9:00 uur stond hij weer voor ons klaar. We namen afscheid van het internet, voor vier dagen... En reden weer de kale weg op. De komende uren was er niet veel meer te zien dan stoffig landschap en stoffige dorpjes.


 Wel zagen we nu regelmatig acaciabomen, net als in Zuid-Afrika, en een enkele kameel.
 Na een tijdje bereikten we het stroomgebied van de rivier de Draa, die leven geeft in de woestijn.
Na een flinke tijd reizen bereikten we het stadje Zagora. In vergelijking met de andere dorpen in de regio was het behoorlijk modern. Hier stopten we op een plein voor het eten. We waren niet de enigen; er stond een flink aantal andere terreinwagens. De meeste andere gasten op het terras waren ook toeristen. Uiteraard kwamen we naast Nederlanders te zitten... Ali was daar wel aan gewend. Voor het gemak had hij ons wel arabische namen gegeven: Marjon werd uiteraard Fatima, Ole was Mohammed, ik Hassasn en vooral Nando werd de rest van de vakantie Moestafa! We kregen weer een driegangenmenu met flinke stukken kip vol bot. En veel olijven.
We maakten nog een kleine wandeling zodat Ali niet gelijk weer achter het stuur hoefde te zitten. Het was ook flink warm, dus het had geen zin om te vroeg in de woestijn aan te komen.

Niet ver voorbij Zagora stopten we in Tamegroute, een dorp met grote tegenstellingen. Veel huizen waren vervallen. Alle kinderen probeerden bij ons een paar dirham of euro's te bedelen. Kortom, op het oog een armoedig stadje.
Maar iets verderop bereikten we een prachtige binnenplaats met een gebouw dat op een moskee leek.
Er zaten ook mannen onder het mooie afdak. Misschien hadden ze religieuze plannen, maar in ieder geval zaten ze lekker in de schaduw.
Onze gids sprak alleen Frans en kon ons daarom niet goed uitleggen wat het gebouw nu precies was. Het leek of hij het had over een heilige maraboe (een vogel). Pas later lazen we in de reisgids dat hij een marabout bedoelde, een islamitisch heiligdom. Tamegroute is een belangrijke stad voor moslims, omdat hier sinds de 11e eeuws soefi's waren gevestigd. In de 17e eeuw werd Tamegroute het religieuze centrum van de Nasiriyya-broederschap van de soefi's. Ze vestigden hier een koranschool, de Zawiya Nasiriyya. En dat was dus dit mooie gebouw. De school had ook een van de belangrijkste bibliotheken van de islamitische wereld, met duizenden manuscripten waarvan er nog zo'n 4200 zijn overgebleven. Helaas is het oorspronkelijke gebouw een keer afgebrand en in de 19e eeuw herbouwd. Dat neemt niet weg dat de entree prachtig is versierd.
Na dit wonder liepen we de oude medina in. Wat een overgang!
 Door half ondergrondse gangen en langs afbrokkelende huizen kwamen we terecht bij de grootste werkgever van Tamegroute: de pottenbakkerij. Vrijwel alle 6000 inwoners werken hier.
Overal lagen dakpannen, potten, kommetjes en borden te drogen. Onze gids sprong ergens onder een afdakje tot zijn middel in een gat, waar hij met zijn benen de draaibank bleek te bedienen. Hij liet ons zien hoe je van twee helften een kleine tajine kunt maken.
 We zagen ook nog de oude ovens, die waren dichtgemaakt.
Iets verderop stonden enkele moderne ovens die door een Duits ontwikkelingsproject waren geleverd. De gedachte hierachter was dat er dan minder hout uit de woestijn hoefde te worden verbrand. Uiteraard kwamen we uiteindelijk terecht bij een winkeltje met aardewerk. We zochten een paar heel mooie kommetjes uit en een bord.
Nu moesten we natuurlijk onderhandelen. De vraagprijs was 500 dirham, ongeveer € 46,50. Marjon bood 200 en werd gelijk een echte berber genoemd. Dat was toch echt veel te weinig, maar na een flinke tijd wisten we het setje mee te krijgen voor 340 dirham, rond de 31 euro.

Nu begon de laatste etappe. Voor de afwisseling gebruikte Ali zijn terreinwagen om eens lekker af te snijden door de stenige vlakte in plaats van over de weg. Bij een prachtig uitzicht op de Draa-vallei moesten we even stoppen.
Ali reed eventjes achteruit en er ontstond wat hilariteit: lekke band! Gelukkig helpen alle 4x4-rijders elkaar (erg belangrijk in de woestijn) en zo stopte er al snel iemand om te assisteren.
Omdat we toch maar aan het wachten waren, maakte Ole nog even een paar salto's langs de weg.
Nadat de band snel was verwisseld, reden we door naar het eerstvolgende dorp, Tagounite, om een andere band te kopen. Wij keken ondertussen om ons heen in de hoofdstraat van het dorp.
Toen de nieuwe band was opgepompt en aan de achterzijde van de Toyota was bevestigd, reden we weer door. Op een van de hogere bergen was de bekende leuze van Marokko 'God, Koning, Vaderland' wel heel bijzonder aangebracht:
Niet lang daarna verschenen tussen de tuinderijen met palmbomen (palmeraies) de eerste zandduinen en zo bereikten we het dorp M'hamid en het kantoor van onze reisorganisatie, Desert Bivouac.
Hier kregen we het onvermijdelijke kopje thee en maakten we kennis met de gedreven eigenaar Ismail Sbai, de oudere broer van Sadam. Al snel reden we verder, maar snel stopten we nog even om voor ons allen tulbanden te kopen en water. Bij de tulbanden (80 dirham per stuk) probeerden we ook af te dingen maar de eigenaar begon te lachen: zo deden ze dat niet hier. We kregen er vier voor 300 en dat was dat. Direct buiten M'hamid begon de echte woestijn. De vierwielaandrijving werd aangezet en we reden gewoon half over de duinen naar ons eerste kamp, Bivouac El Mezouaria.
We kregen amper de tijd om onze spullen neer te zetten, want de zon ging bijna onder en het was mooi om dat te zien vanaf een kameel. De kameeldrijver was niet erg spraakzaam, maar dat kwam omdat hij doofstom was.
Om op een kameel (eigenlijk dromedaris) te kunnen stappen, is het handig als ze met hun buik op de grond zitten. Daar houden ze niet van, maar het is wel makkelijk. En ze komen graag weer overeind, dus voor je het weet zit je ineens anderhalve meter hoger! We liepen en tijdje en toen maakte onze kameeldrijver misschien wel de prachtigste groepsfoto van onze hele vakantie.
De zonsondergang was niet op de mooiste plek, maar de duinen en onze schaduwen waren wel heel fotogeniek.
Daarna gingen we terug naar het kamp om te eten. We maakten er kennis met een Nederlands gezin uit Zandvoort. Het bleek dat hun kinderen net zo oud waren als Ole en Nando. Sterker nog, ze zaten bij Nando op school! Nando kende ze echter nog niet. Maar het was wel gezellig!
Later, in het donker, werd het nog gezelliger met kampvuur. Er werd een gitaar gepakt, er werd gezongen en geklapt, Nando (oh nee, Moestafa!) ging dansen met Ali, en Ole deed een salto. Het was een geweldige avond.

2 opmerkingen:

  1. En toch ben ik blij dat die man van mij uit Agadir komt. Bijzonder om dit stuk Marokko te bezoeken! Maar wel heeeel erg afgelegen... Je vraagt je bijna af waarom daar nog mensen wonen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bijzonder hè? Maar ze willen er voor geen goud weg. Ze zijn blij als ze weer in de woestijn zijn.

    BeantwoordenVerwijderen