donderdag 30 april 2015

Van Ouarzazate via de Dades-kloof naar de Todra-kloof

Voor de verandering schrijf ik mijn blog een keer achteraf, in Nederland! Maar nu zit het nog een beetje vers in mijn herinnering.
Zoals op de foto is te zien, heeft ons hotel Riad Ouarzate een fantastisch interieur. Maar met dat zomerse weer hier, hebben we gisteravond (woensdag) een groot deel van de avond in de "voortuin" en op het dakterras doorgebracht. Ze doen hier in Marokko echter veel aan privacy zodat we door muren van de omgeving werden afgesloten. We hebben echter wel een balkon bij onze kamer. Maar helaas, het was een van de vele nieuwbouwwijken van Ouarzazate. Ik heb wel nog even zitten kijken naar het werk van de bouwvakkers aan de overkant van de straat.
Vanmorgen na het ontbijt werden we door Sadam verrast met een nieuwe chauffeur. Sadam was voor een nieuwe klus weer teruggestuurd naar Marrakech. Dat vond hij vast niet leuk, want hij had gisteren nog gezegd dat hij het liefste in de woestijn was. We waren wel een beetje aan elkaar gewend geraakt, dus het afscheid was een kleine tegenslag. Onze nieuwe chauffeur heette Ali, een wat stillere jongen van 23. Maar wel heel aardig. En heel opmerkelijk: naast Arabisch spreekt hij Spaans als beste tweede taal. Engels en Frans wat moeizamer. Ik bleef de hele tijd switchen tussen Engels en Spaans en zo kwamen we er toch wel prima uit.

Eerst reden we nog even langs een pinutomaat in het centrum van Ouarzate. De pinautomaten wilden me in Marokko niet meer dan 200 euro geven en aangezien we gisteren ons hotel moesten betalen ging het al best snel met de dirhams. Vandaag werd weer een lange autodag. In het begin was het landschap best wel eentonig. Tamelijk vlak, droog en dun bevolkt. Onze eerste pauze om wat drinken te kopen leverde daarom nog niet direct mooie foto's op.
 
Na een tijdje stopten we in Agoumate, een gehucht net buiten Skoura waar veel huizen nog van leem gebouwd waren. Op een van de huizen stond een ooievaar.
 Met leem bouwen is lekker makkelijk. Gisteren in Ait Ben Haddou legde onze gids uit, dat het drogen van een lemen steen in de zomer maar een week duurt (in de winter drie weken). Er wordt verder alleen wat hout bij de bouw gebruikt en het geheel wordt met leem gestuukt. Maar regen richt snel flinke schade aan, zoals op de foto met de ooievaar wel te zien is. Moderne regenpijpen zijn daarom onmisbaar. Voor de nieuwere huizen in Agoumate werden al modernere materialen gebruikt. Maar het zag er met de tulband van Ali toch nog heel authentiek uit.
Het lag niet ver van een rivier, waardoor achter de huizen een verrassend groen landschap bleek te liggen.
Tussen de palmbomen lagen groentetuintjes voor de bewoners. Er lagen wat mooie stenen waar we op klommen en Ali bood gelijk aan om een foto van ons samen te maken.
We reden weer verder door het nog steeds lege landschap. Wel zagen we nog de witte toppen van de Atlas in de verte.
Pas vele kilometers later kwamen we terecht in de streek die de Rozenvallei wordt genoemd. Begin mei vindt hier elk jaar een groot rozenfestival plaats. We waren dus net te vroeg (in 2015: 7-10 mei). Langs de weg tussen de dorpen liggen tussen de palmen en rietkragen allemaal lapjes grond waar mensen rozen telen, met name voor de rozenolie. Helaas geen foto van deze rozen maar wel een foto die het belang laat zien...:
De rozenvallei wordt gevoed door de rivier de Dadès en die volgden we nu, over de R704 de Dadèsvallei in. Het landschap werd nu bergachtig, met prachtige uitzichten op de vallei.
Op een gegeven moment stopten we vlakbij een school. De kinderen kwamen enthousiast naar ons toe.
Hoewel de kinderen het duidelijk leuk vonden om Europeanen te ontmoeten, hoopten ze ook wat te krijgen. Helaas hadden we geen balpennen of zoiets meegenomen. In het dorpje Ait Ibriren was een leuk terrasje met uitzicht op de kloof. Hier aten we een lunch, met zoals gebruikelijk drie gangen. Voor de afwisseling was het hoofdgerecht deze keer friet met brochettes (gegrild vlees aan de spies).
Niet veel verderop kregen de rotsen ineens ronde vormen. Hier stopten we voor een paar mooie foto's.

Het programma in de Dadèsvallei ging niet verder: hier keerden we weer om en reden een stukje terug. Bij Boumalne Dadès reden we weer de hoofdweg N10 naar het oosten op. Dit werd een lange zit: de weg was kaarsrecht en de omgeving zo leeg als de Flevopolder vlak na de drooglegging. Behalve onze eerste dromedaris, wat tentjes van nomaden en schapenkuddes was er weinig te zien.
Na een half uur kwamen we via een flink stadje (Tinghir) weer in de bergen terecht, wat opnieuw een schitterend uitzicht opleverde. Aan de bomen is goed te zien waar de rivier de Todra loopt.
Een kwartiertje verder zaten we echt middenin de Todra-kloof. We waren echter niet de enige: er waren diverse touringcars waar hordes mensen in en uitstapten. We konden er amper langs. Maar het was er dan ook wel heel erg mooi!
Na slechts een paar honderd meter terugrijden kwamen we aan bij ons 'guest house' Dar Ayour. Een prachtige locatie tegen de zijkant van de kloof. Wel veel trappetjes te beklimmen. Gelukkig mochten we niet eens zelf onze koffers naar de kamer sjouwen... En ook heerlijk: Er was een zwembad!
Ook hier kregen we een driegangenmenu, te beginnen met soep. Voor de afwisseling hadden ze hier heel bijzondere soeplepels!
Na het avondeten wilden we wel een stukje gaan wandelen. Toevallig (?) werden we toen door een man in het restaurant gevraagd of we wilden wandelen. Dus natuurlijk gingen we mee. Hij vertelde dat we ook ergens bij een familie thee gingen drinken. Prima! De wandeling was erg mooi. De kikkers kwaakten er op los. We liepen langs een aantal tuintjes die via een slim kanaaltje van water uit de rivier werden voorzien.
Net terwijl ik aan het filmen was, riep de muezzin de mensen weer op voor het gebed. Het galmde prachtig door de vallei, echt heel bijzonder. Ik was blij dat ik aan het filmen was. Totdat ik ontdekte dat ik niet goed op de knop had gedrukt. Helaas, maar een klein stukje vastgelegd... Maar de herinnering was mooi. De zon begon onder te gaan toen we het kasbah-dorp aan de overkant van de rivier binnen liepen.
Nadat we de moskee en onder poortjes door langs een paar traditionele huizen waren gelopen, gingen we zoals gezegd ergens naar binnen voor een kop thee. In de kamer zaten een paar berbervrouwen wol te kaarden en te spinnen. Ze spraken alleen berber. 
Wij gingen aan de andere kant van de kamer tegen de muur zitten, terwijl onze gids thee inschonk.

Helaas bleek al snel, dat de man niet alleen wilde uitleggen hoe de verschillende tapijten werden gemaakt (best leerzaam) maar ook wilde verkopen. Wij vertelden gelijk dat we niets wilden kopen, maar toch liet hij elk tapijt een voor een uitvouwen. Per tapijt moesten we zeggen of we het niet mooi vonden, of 'misschien'. Na de helft waren we het al helemaal zat en zeiden dat we misschien een kussen wilde. Dat bleek niet zo eenvoudig. Hij had maar een paar verschillende. Vervolgens was de vraagprijs per kussensloop 70 euro. Wij wilden beslist niet meer dan 20 euro betalen en toen hij daar geïrriteerd over raakte, zijn we gewoon opgestaan en weggelopen. Ondertussen was zijn prijs wel gedaald tot 30 euro... Maar niet gedaan. Zo mooi waren de kussens niet. Gelukkig liep hij nog wel met ons mee terug want het was al behoorlijk donker. Een fooi zat er echter niet meer in.

 


2 opmerkingen:

  1. Vreselijk, zo´n tapijtenmannetje. Die eindeloze lege vlaktes zijn in NL onvoorstelbaar. Wat een afstanden hebben jullie afgelegd! En prachtig, die Todrakloof! en dat je die rivier door het land kunt zien kronkelen aan de groene strook. Zo´n soeplepel hebben we hier ook in de la, maar we gebruiken hem alleen nooit... Wat een mooi hotel! En jammer dat de rozen nog niet bloeiden...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. De rozen bloeiden wel maar we stopten niet om ze te fotograferen...

    BeantwoordenVerwijderen