Zoals gezegd was Ali gisteren naar Ouarzazate gereden vanwege zijn lekke banden. Toen de koffers waren ingepakt en we het ontbijt op hadden, kwam zijn auto er aangereden. Maar er stapte een jongen in gewone kleren uit? Het was echt Ali, helemaal klaar voor zijn eerste bezoek aan Marrakech! Hij had nu geen reservewiel meer, dus dat werd nog even opgelost. Hij vroeg gewoon bij ons hotel of hij er een van hen over kon nemen.
De oase van Fint lag dus dichtbij Ouarzazate, en deze stad speelt de laatste jaren een aanzienlijke rol in de filmindustrie. En zo bezochten we de Atlas Corporation Film Studio. We moesten wel zelf een kaartje kopen. Daarna kwamen we gelijk terecht bij een lelijke nep-F-16 die gebruikt zou zijn in de film Jewel of the Nile.
Het leuke van decors is dat je ze met een likje verf kunt hergebruiken. Zo was er een heuse Tibetaanse tempel die gebouwd was voor Kundun. Maar diezelfde tempel werd ook gebruikt in Seven years in Tibet... Ernaast was een marktplein dat al in diverse films was gebruikt, waaronder The Sheltering Sky. Ook de tegenover gelegen enorme tempel van Luxor was in meerdere films gebruikt. Volgens de gids hoefden we die in Egypte nu niet meer te zien! Ali, Nando en Ole probeerden de pasjes van Walk like an Egyptian maar ze moeten nog even oefenen...
Voor de tempel stond een Romeinse katapult uit Asterix en Cleopatra. Nando mocht een van de overgebleven stenen optillen, net als Obelix in de film!
In de verte zagen we het kasteel liggen dat hier speciaal vanwege de sneeuw op het Atlasgebergte was gebouwd voor het derde seizoen van Game of Thrones. Omdat in hetzelfde jaar Prince of Persia: The Sands of Time werd opgenomen, kon ook dit gebouw nog eens worden gebruikt.
Vanwege de woestijnige omgeving werd Ouarzazate vooral gebruikt als decors voor films die zich afspelen in het Midden-Oosten. Een compleet nagebouwd dorpje (van hout en gips!) had meerdere keren dienst gedaan als Jeruzalem in Bijbelse tijden. Bijvoorbeeld in Kingdom of Heaven. Maar ook was het met geschilderde kogelgaten Kabul geweest in een film over de jacht op Osama Bin Laden. Ole kon er mooi trucjes doen.
Het leuke van dit dorpje is de achterkant. Zoals gezegd is het allemaal hout en gips. Als je er achter langs loopt, ziet het er ongeveer zo uit:
Vooral de Egyptische decors maakten indruk. Naast de tempel van Luxor was er ook het paleis van Cleopatra (vanwege Asterix) en een tempel uit de film The Mummy Returns.
Door de vele regen van de afgelopen winter waren wel veel decorstukken beschadigd. Voor de sfeer maakte het niet veel verschil.
En toen kwamen we langs de strijdwagens van Asterix en Ben Hur weer uit bij de Tibetaanse tempel van Kundun en Seven years in Tibet. Ali en Nando besloten dat je hier ook een Kung Fu-film kon opnemen!
Zo stonden we na ruim een uur weer buiten. Niet alleen deze rondwandeling eindigde waar hij begon. We kwamen ook weer op de weg van Ouarzazate naar Marrakech waar we vorige week woensdag hadden gereden, nog maar zes dagen geleden. En zo reden we dus weer de N9 op, een bergweg die alsmaar slingert en slingert en op 2260 meter zijn hoogste punt bereikt. Wel goed voor een paar mooie foto's onderweg.
Na zo'n twee en een half uur slingeren was het wel de hoogste tijd voor een lunch. We reden door een haveloos dorp waar uit vrijwel elk gebouw geurige rookwolken opstegen. Dit dorp was eigenlijk een groot wegrestaurant. We kozen gewoon het restaurantje uit wat het dichtst bij de auto lag. Heel apart om hier zo naar binnen te lopen:
De man met het mutsje was de ober en nam onze bestellingen op. Er stonden al kant en klare tajines die gewoon werden warm gehouden. Ik had meer zin in wat anders en bestelde spiesjes (brochettes). Ali koos voor koteletjes. Terwijl het eten werd voorbereid kwam er ook een grote groep Oost-Europeanen naast ons zitten. Op een gegeven moment sneed de kok een schaap open, waarschijnlijk voor de koteletten. Ook kwam er iemand met een schapenkop aanzetten, waarvan de oren werden afgesneden! We grapten al dat dit dan wel het vlees voor mijn brochettes zou zijn.
Zoals ik wel had verwacht waren de tajines een beetje aangebrand en dat gold eigenlijk ook voor mijn brochettes die wel net waren klaargemaakt. Terwijl Ali nog wat ging telefoneren, liep Marjon naar een kraampje aan de weg. De verkoper begon eigenlijk een gewoon gesprek en gaf Marjon uiteindelijk twee minerale stenen, zonder daarvoor geld te vragen!
Nu is het zo dat er echt heel veel kraampjes en winkeltjes met fossielen en mineralen in en rond het Atlas-gebergte zijn, dus er is voldoende van te krijgen. Maar om ze gratis weg te geven is wel heel sympathiek.
Toen we een tijdje verder hadden geslingerd, passeerden we een dorpje waar ze in plaats van veel stenen vooral veel meloenen verkochten.
Na een lange tijd rijden bereikten we weer de stadsmuren van Marrakech. Ali was er nog nooit geweest. Zijn eerste verrassing vonden wij echt heel komisch: vrouwen op brommers! Dat had hij nog nooit gezien. Op de heenweg hadden wij ze natuurlijk wel gezien. Vaak ook in traditionele kledij met sluier en al. Maar zelfs dat was voor Ali dus al verbazingwekkend. In deze stad met 800.000 inwoners had hij geen navigatiesysteem of wegenkaart bij zich. Langs de stadsmuren stopte hij bij willekeurige voorbijgangers en vroeg of ze ons hotel kenden (waarschijnlijk niet) en noemde ook de naam van de wijk in de Medina. Toen hij in ieder geval aan de goede kant van de Medina was beland, parkeerde hij de auto bij een stadspoort waar nog precies één parkeerplekje was. Er stond een parkeerwachter die wat mopperde over de grote auto maar uiteindelijk konden we uitstappen. We gingen eerst maar eens het hotel zoeken en lieten de bagage in de auto.
Door de stadspoort kwamen we gelijk in een drukke winkelstraat terecht. Op zijn arabisch natuurlijk, met veel mensen, kraampjes en brommertjes. Het was nog aardig ver lopen en Ali moest nog minstens twee keer de weg vragen. Toen we echt verkeerd waren gelopen, kwamen we toevallig een man tegen die ons wel wilde brengen en een handkar voor ons kon regelen. Gelukkig hoefden we nu niet heel ver terug en zo kwamen we via twee zijstraten bij Riad Jomana. Er hing een klopper op de deur en na een paar tellen verscheen Youssef, met wie ik ook vanuit Nederland had gemaild.
De kinderen bleven achter terwijl Marjon en ik met Ali en de man van de handkar meeliepen. De man met de kar merkte op dat Ali veel dichterbij had kunnen parkeren maar ja, Ali was er natuurlijk niet bekend. Toen alle koffers in de kar zaten, nam Ali afscheid. Oh, nu al? Hij vertelde nog dat hij erg teleurgesteld was in de mensen in Marrakech. Iedereen die hij om aanwijzingen had gevraagd, wilden geld. En Youssef had ook alleen maar zijn schouders opgehaald toen Ali vroeg hoe we de bagage binnen moesten krijgen. Hij ging er dus snel vandoor, met een achteraf gezien wel erg bescheiden fooi.
En nu stonden we er weer alleen voor, met de man met de handkar. Hij was oprecht vriendelijk en toen ik hem wilde helpen wilde hij daar niets van weten. Het was zijn werk, vond hij. In Riad Jomana vond ik Youssef ook heel vriendelijk. Het hotel was eigenlijk een soort stadspaleisje. Onze kamer lag aan een trap die eerst langs onze piepkleine douche en daarna langs de piepkleine toiletruimte omhoog liep. Daarna was er een soort overloop met een zithoek.
Deze overloop grensde aan onze zeer grote slaapkamer, met een enorm hoog plafond en twee tweepersoons bedden. Wij hadden zowaar een hemelbed!
Door een raam met luiken keken we uit op de sfeervolle patio waar Ole en Nando al snel te vinden waren. Want daar was ... internet! Op de foto is links zelfs het wifi-access point zichtbaar.
Na het gebruikelijke kopje thee gingen we natuurlijk nog even de stad in. Hoewel Youssef ons goed de weg had gewezen, liepen we toch verkeerd. Maar zo maakten we uitgebreid kennis met de souks, die her en der waren overdekt.
Uiteindelijk vonden we het Jamaa el Fna weer terug. Na de woestijn waren we die drukte niet meer gewend. Iedere straatartiest wilde met ons op de foto, duidelijk voor geld dus we liepen snel door. Maar ook de slangenbezweerders wilden niet stiekem worden gefilmd of gefotografeerd. Stiekem is het toch gelukt.
Ole zag al snel een winkeltje aan het plein waar ze voetbalshirts verkochten. Van alle grote clubs hing er wel een shirt in diverse maten. Ole vroeg om een shirt van Atletico Madrid, en ja hoor, in zijn maat voor nog geen 25 euro. Vrijwel dezelfde kwaliteit als het origineel, maar dan veel goedkoper. Dus voor Nando ook een shirt van Manchester City gekocht. In een heel Engelse boodschappentas van Tesco...
Langs het plein stonden rijen met kraampjes waar we wel wilden gaan eten. Eigenlijk kozen we gewoon de eerste de beste, die ons vriendelijk te woord stond. We hadden niet heel veel honger dus we vroegen om wat lichts. Zullen we dan wat verschillende typisch Marokkaanse hapjes neerzetten? Is goed. We keken elkaar aan en realiseerden ons dat we nu iets doms hadden gedaan...
Het ene bord met hapjes na het andere verscheen op tafel. Brood, salade, brochettes in verschillende smaken, tajines, garnalen en vis, koteletten, worstjes, enzovoort, enzovoort. Maar het moet worden gezegd, lekkerder hebben we in Marokko niet gegeten. Heel verfijnde smaken en toch ook heel authentiek. Maar het kostte dan ook bijna 20 euro per persoon. Ondertussen was het leuk om te zien hoe de mannen nieuwe klanten probeerden te lokken. Ik was ook erg verbaasd toen zelfs een Chinees of Japanner in zijn eigen taal te woord werd gestaan. Het werd nog een heel gesprek maar uiteindelijk zonder succes. Wij ontploften ondertussen bijna, maar toch kwam er elke minuut een handkar vol met zoetigheid langs met de vraag of we echt niet een pondje wilden kopen.
Een plattegrond hadden we niet mee, dus we moesten weer dezelfde omweg als op de heenweg lopen. Het was nu donker, maar het lukte wonder boven wonder.









Wat een cultuurshock na de lege woestijn!
BeantwoordenVerwijderenEn geweldig, de Atlasstudio's! Dat jullie dat allemaal in 1 dag hebben gedaan!?!
BeantwoordenVerwijderenJa, we maakten lange dagen !!
BeantwoordenVerwijderen