vrijdag 25 augustus 1995

Reis naar Punto Fíjo

Vanmorgen wilden we een beetje op tijd naar Punto Fíjo vertrekken. Om kwart over negen kwamen we aan bij het busstation dat een flink eind buiten de stad bleek te liggen. De bus zou om half tien vertrekken. Marjon had haar eerste arepa op die ochtend, maar die bleek niet goed te vallen. Misselijk.

We kochten een buskaartje en vervolgens een kaartje voor het busstation, dat we nog geen 10  meter verderop weer af moesten geven. Bureaucratie. We liepen het hele busstation langs op zoek naar de goede bus, maar uiteindelijk bleek dat de eerste die ons de plek gewezen had, gelijk had. De bus was er gewoon nog niet. Niet om half tien, niet om tien uur, en ook niet om half elf. Marjon had inmiddels al overgegeven. Ik sprak een jonge Venezolaanse die familie in Punto Fíjo ging opzoeken. Ze reisde wel vaker met deze bus, maar zo'n vertraging had ze nog nooit meegemaakt. Pas rond kwart voor elf kwam er een bus van de goede maatschappij. Blijdschap. Helaas, verkeerde bestemming. Gelukkig kwam de goede bus tegen elven ook binnenrijden. Ieder stuk bagage kreeg een kaartje - nog meer bureaucratie. De 2 chauffeurs bleken - hoewel onberispelijk gekleed - niet vriendelijk, en lomp. De bus was gelukkig redelijk comfortabel. Helaas, geen muziek. De buspassagiers waren allemaal jong, en er waren relatief veel kinderen aan boord. Al binnen 1 1/2 uur werd de bus bij een benzinestation geparkeerd. Pas na een minuut of 10 zei een personeelslid dat de bus nog wel een half uur bleef staan. Het was bloedheet, er was niets te beleven afgezien van een restaurant en Marjon was misselijk. Gelukkig bleef de bus toch minder dan een half uur staan, en zo reden we om kwart voor 1 weer verder. Niet ver van Coro reed de bus weer naar de kant. Er leek motorpech te zijn. Er werd eens een kwartiertje gesleuteld, de motor werd weer gestart en we reden verder. In Coro vertrok een kwart van de passagiers maar de bus wachtte deze keer niet verder en reed in 1 keer door naar Punto Fíjo, waar we rond 17:15 aankwamen. Weer een hele dag gereisd dus, met een zieke Marjon.

Er was onderweg wel bijzonder landschap geweest, met in de buurt van Coro een pure zandwoestijn (duinen) en daarna alleen struiken en cactussen. Dit schiereiland is zo'n beetje het droogste deel van Venezuela, maar het had er vandaag gestortregend. Overal was water, en dat bij de woestijn.

Punto Fíjo is een echte smerige havenstad. Veel bars, weinig moois. In het dichtstbijzijnde hotel was geen plaats. We liepen weer naar buiten. Geen plaats? Vroeg een man die er ook bij bleek te horen. Hij ging eens informeren en zo kregen we toch een flinke kamer met "douche", toilet en airconditioning. Ik ging op het bed zitten. Krak! Een ligger schoot los. Er waren 2 1-persoonsbedden en dus ligt Marjon nu op het andere terwijl ik vannacht mijn leven niet zeker zal zijn... (uiteindelijk sliep ik met het matras op de grond).

In de stad kon ik nog wat brood, chocomel, water, cola en bier bemachtigen dus dat was vandaag het avondeten. Marjon kon de chocomel en wat water met colon clean-vezels wel aan.

En na de grote kakkerlak in de douche te hebben bewonderd zit ik nu op een stoel naast het bed van Marjon (38˚ koorts) te schrijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten