De busrit verliep zoals gebruikelijk niet geheel vlekkeloos. Het was een behoorlijk versleten bus (die van gisteren was een moderne Mercedes) propvol mensen in een woestijnklimaat. Alle ramen open dus. De bagage zetten we voor de uitgang, en we kregen allebei een plaatsje naast 2 anderen, omdat de bus links 3 stoelen had en rechts 2. Blijkbaar wilde niemand bij het raam. We waren nog niet weg of ik zag al dat de bagage niet goed stond - de uitgang kon niet worden afgesloten, en er hoefde maar iets te gebeuren of de bagage zou naar buiten vallen. De twee mensen naast mij moesten dus opstaan voordat ik er bij kon om de zware rugzakken in de bagagerekken te proppen, niet zo eenvoudig in een rijdende bus.
Al snel bleek waarom niemand bij het raam wilde zitten. We gingen behoorlijk hard over de snelweg en de wind klapperde dan ook door de ramen...
We kregen een behoorlijk deel van het schiereiland te zien: veel cactussen en lage struiken. Na 3 kwartier werd de bus langs de weg gezet met een kokende motor. Tja. Vreemd genoeg bleven we gewoon een kwartier met een draaiende motor staan en reden we weer verder.
Adícora is niet gezegend met veel strand. Wel is er een lange boulevard met veel restaurantjes en dergelijke. We maakten een kleine wandeling en probeerde de zee (warm) en het strand (klein maar fijn).
Er was ook een terrasje waar we zo cola en bier konden krijgen, maar de kaas-empanada duurde al gauw een minuut of 10 (voor 2 kwartjes...).
Thuisgekomen bleek Marjon toch weer koorts te hebben (38˚ 2). Veel honger had ze dan ook niet voor het avondeten, maar met een Nurofen kon ze toch een flink bord soep aan. Ik bestelde zowaar een grote vis (gefrituurd). De parguita had scherpe tanden dus het zal wel een barracuda zijn geweest... Wel lekker [2025: een parguito is een symphysanodon berryi, in het Engels slope bass genoemd, “hellingbaars”. Leeft in de westelijke Atlantische Oceaan en de Caribische Zee].
![]() |
| Het bonnetje met de Parguita |
Deze accommodatie doet ons wel een beetje denken aan Choroní => de insecten worden namelijk weggehouden met benzinestank. Yek. Ook het dorpje doet wel wat aan Choroní denken (Pto Colombia moet ik eigenlijk zeggen).
Vanmiddag bekeek ik eens hoeveel we nu hebben gereisd in Venezuela. Hemelsbreed ligt Margarita hier 700 km vandaan. Al met al hebben we dus zeker 900-1000 km afgelegd, en dat zonder vliegtuig in een bergland! Eigenlijk vinden we het laatste stuk ook net teveel, van Valencia naar Punto Fíjo. We zien dan ook erg op tegen de terugrit naar Valencia.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten