Vanaf appartement Toni kwamen we binnen een kwartiertje bergop rijden al bij de Bosnische grens. Eerst passeerden we vrij snel weer een modern douanekantoor aan de Kroatische kant. Een kilometer verderop was een soort gammele Portakabin voor de Bosniërs. Hier namen ze wat meer tijd om onze paspoorten en autopapieren te controleren. Voor het eerst deze vakantie kregen we een stempel in onze paspoorten. Een stukje verderop was een heel mooi uitzicht op de Kroatische kust.
Uiteraard zagen we vanaf hier de beschoten hotels. We waren nu immers in de 'Republic of Srkpska' (te vertalen als republiek van het Servendom) zoals we een paar kilometer verderop konden lezen op een reusachtig bord. Dit land bleek heel bergachtig te zijn, en (dus) dunbevolkt. Wel ongerept en mooi. Toen we na heel wat kilometers aankwamen in het stadje Trebinja, voelde ik me weer een beetje in de Sowjet-Unie. Betonnen flats, Lada's, Cyrillische letters en ook de kledingstijl was ondefinieerbaar anders.
Toch deden de Bosnische Serviërs hun best om het er netjes uit te laten zien. Alle bezienswaardigheden werden met bordjes in zowel het Servisch (Cyrillisch) als het Engels aangegeven. Diverse borden waren sowieso in Latijnse letters in plaats van Cyrilische.
Vanaf Trebinje reden we in oostelijke richting. Zo kwamen we na een half uurtje alweer bij een grensovergang.
De Bosnische douanier keek alleen even naar onze paspoorten. Maar de volgende grens duurde aanzienlijk langer.
De douane van Montenegro liet niet met zich spotten. Het duurde wel een half uur voor we eindelijk aan de beurt waren en we onze paspoorten met opnieuw een stempel terug kregen. Toen Marjon een foto maakte van het douanekantoor moest ze die gelijk weer wissen!
Montenegro leek veel op Bosnië. Ook een ongerept landschap, alleen was het wegdek wel beter. Her en der stonden vervallen, leegstaande huizen. Opvallend, omdat Montenegro buiten de Joegoslavische oorlogen van de jaren 90 is gebleven. Toen het na drie kwartier tijd werd voor een lunch, vonden we een fabelachtig plekje! Vanaf een enorme hoogte keken we naar het Slanskomeer.
Vanaf de auto leek wel een heel diepe afgrond.Achter ons werd het inmiddels bewolkt, en er klonk gerommel. Nadat we onze lunch hadden gegeten, wilde ik daarom snel weer verder. Hoewel we van tijd tot tijd een bliksem zagen, bleef het nog een tijdje droog, totdat we in de buurt kwamen van de Tarakloof. De regen ging binnen een paar tellen over in een hoosbui met hagel. Zodra we een geschikte plek vonden, stopten we (net als onze Scandinavische voorliggers) langs de kant van de weg.
We hebben daar zeker tien minuten stil gestaan, misschien wel langer. Af en toe dacht ik dat de voorruit zou breken door het geweld van de hagel, maar toen de regen wat was afgenomen konden we toch ongeschonden doorrijden. Hier en daar stond er nu veel water op het wegdek, maar verder ging het wel.
Na een tijdje bereikten we het toeristenstadje Plužine waar we de benzinetank weer eens konden volgooien. Tot onze verrassing was de munteenheid in Montenegro de Euro! Per liter was de benzine € 1,08
We slingerden al snel langs de rivier de Tara. Het was een rotsachtige kloof waar vanwege de regen hier en daar wat steentjes waren afgebroken. Gelukkig geen grote brokken. De vele tunnels waren een aparte belevenis. Ze waren onverlicht en bijna altijd in een bocht, zodat het soms heel donker werd.
Vlak voor een brug stonden diverse auto's stil. We hadden niet zo goed door waarom (ik dacht dat er misschien iets mis was met de brug), totdat we erop reden. We keken nu rechtstreeks de Tarakloof in, de diepste kloof van Europa! Nu hebben we er helemaal geen beelden van kunnen maken, omdat je verder nergens konden stoppen. Het was in ieder geval indrukwekkend (voor zover ik daar als bestuurder op kon letten).
Na de Tarakloof kwamen we weer bij de Bosnische grens. Aan de kant van Montenegro was het nu weer een formaliteit (blij datzelfde ons kwijt waren?) maar duurde het een tijdje aan de Bosnische kant. De Bosnische grenspost lag aan de overkant van een soort geniebrug.
Voor de tweede keer vandaag kregen onze paspoorten een Bosnisch stempel. Zeshonderd meter verderop zou ons rafting camp zijn, TARASPORT. Maar er waren alleen bomen. Iets verderop lag een kamp met een heel andere naam. We reden maar verder langs diverse andere rafting camps. De weg werd steeds slechter, dus na een kilometer gaven we het maar op en reden helemaal terug naar de grens. Nog eens 600 meter. Nee, echt geen verborgen weggetje. Dus stapte ik uit bij het kamp met de andere naam, waar ik een paar honderd meter over een onverharde weg naar beneden moest lopen. Daar bleek het toch goed te zijn. Marjon's naam stond in de reserveringslijst.
Toen ik de anderen had gehaald kregen we een welkomstdrankje. Een soort aguardiente, vuurwater met een lichte hint van anijs. Omdat de kinderen niet wilden (uiteraard!) nam ik er nog maar een. De temperatuur was nu amper 17 graden, brrrr dus we haalden onze vesten uit de auto. We kregen een hutje met twee stapelbedden. We konden eten in een grote zaal met een kampvuur in het midden. Er klonk vooral een soort Balkan-muziek die me opnieuw aan Rusland deed denken. Het eten was ook traditioneel: aardappelen met een goulash van draadjesvlees, een dikke omelet en salade.
Na het eten liepen Ole, Marjon en ik nog verder naar de Drinarivier waar we morgen gaan raften. Het was nu zo vochtig dat er een misterieuze mist hing.












Geen opmerkingen:
Een reactie posten