De tweede verrassing was een beestje op de deur van onze slaapkamer. Ole zag onmiddellijk dat het een schorpioen was! Hij lag zo plat tegen de deur aan, dat we dachten dat hij sliep. Toen ik nog eens keek, was hij plotseling weg! Hij leefde dus. Toen ik de deur verder opendeed, zag ik dat hij aan de andere kant bovenaan zat. Ik klapte de deur snel hard dicht, zodat hij tussen deur en kozijn werd gekraakt. Dat heeft hij inderdaad niet overleefd. Ik heb er 's nachts nog wel even wakker van gelegen...
Het duurde vanmorgen nogal lang voor we ons ontbijt kregen. Er zat een heel grote groep die eerst bediend werd. Uiteindelijk waren wij pas rond kwart over 10 aan de beurt. Deze keer geen omelet maar wel iets andere vleeswaren. Toen het op was, hebben we gelijk betaald en zijn we in de auto gestapt.
Eerst moesten we weer de beruchte 12 kilometer over de slechte weg die we gisteren ook hadden gereden. Daarna werd de weg behoorlijk goed. De weg slingerde echter opnieuw door een mooi bergachtig landschap, waardoor het niet heel erg opschoot. Na ruim twee uur bereikten we onze geplande tussenstop, Sarajevo. Voor een grote stad leek de verkeersdrukte mee te vallen, tot het laatste rechte stuk, dat vroeger de Appelkade heette. Vlakbij onze bestemming was een perfect openbaar parkeerterrein. We liepen driehonderd meter door, waar de vroegere Franz-Jozefstraat (nu de straat van de Zwarte Baretten!?) uitkwam op de vroegere Appelkade, bij de fraaie Latijnse brug.
Net toen ik vertelde dat hier aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie waren vermoord, kwam er een auto langs rijden die verdacht veel leek op de auto van de aartshertog! Hij stopte inderdaad bij het museum op die hoek. Net als de moordenaar Gavrilo Prinzip vonden we het een perfecte plek voor een kopje koffie, alleen was zijn koffiehuis nu het museum geworden. Wij liepen naar de overkant van de brug, waar een terrasje uitzicht bood op dit tafereel. De koffie was maar een euro. Alles is hier goedkoop. Benzine kost maar 90 eurocent, inde Republika Srpska zelfs maar 80 cent!
Bij een bakker om de hoek kocht ik alvast wat zoete broodjes voor de lunch. Er stond een oude vrouw achter de toonbank die echt geen Engels sprak, maar dat was juist leuk. Ondertussen wilde Ole het oude gebouw naast de bakker filmen. Terwijl hij zijn camera aan het instellen was, kwamen er een paar soldaten in camouflagepak naar hem toe. 'Military object!' Hij mocht niet filmen en moest laten zien dat hij inderdaad nog niet had gefilmd...
We namen nog alle tijd voor een ommetje door de stad. Wat is Sarajevo gezellig! Er was een soort soek, vlakbij een grote moskee. Allemaal kleine winkeltjes die van alles verkochten, maar zonder de hectiek van Marrakech. Marjon werd wel naar binnen gelokt door een sieradenverkoper. Uiteindelijk kochten we een armbandje van lapis lazulasteentjes. Ole en ik gingen nog naar een openbaar toilet tegenover de moskee - allemaal hurktoiletten... De oosterse sfeer werd nog eens versterkt doordat diverse vrouwen volledig gesluierd de moskee ingingen.
We vonden onze auto weer terug en reden richting de snelweg. Dat viel niet mee. De vijf kilometer afstand was één grote file, afgewisseld met stoplichten. Maar de snelweg bleek een strakke tolweg te zijn waar we 130 mochten rijden, zodat we in een mum van tijd zestig kilometer hadden afgelegd.
Daarna reden we de laatste dertig kilometer op een nette provinciale weg naar Travnik. Helaas liep deze weg heel vaak door een bebouwde kom, waren er veel slingers en hier en daar een haarspeldbocht. Bovendien belandden we al vrij snel achter een vrachtauto die was beladen met boomstammen, en ook nog eens een aanhanger vol boomstammen had. In de eerste kilometer reden we in de eerste versnelling en vroeg ik me af hoe dat verder moest. Gelukkig waren de bochten daarna blijkbaar beter want al snel reden we zestig. Inhalen was lastig en had weinig nut, want ervoor reden twee grote kiepwagens met zand of ander bouwmateriaal... Ook reden we kilometers achter een veewagen, die we ook nog roken toen er twee auto's tussen hadden gevoegd. Kortom, met schoot niet op.
In Travnik was het heel even zoeken, maar het appartement bleek in een rustig hoekje te liggen waar ik ook nog kon parkeren (in Travnik niet vanzelfsprekend). We moesten twee trappen op, maar gelukkig werden we bij het sjouwen gelijk door twee mannen geholpen. Opnieuw een herinnering aan Marokko vorig jaar, waar we soms niet eens zelf móchten sjouwen! Vanuit het dakraam van ons appartement zag ik nog zo'n herinnering: een minaret met luidsprekers eraan.
En inderdaad, toen Marjon en ik het dorp gingen verkennen hoorden we een oproep tot het gebed. Wel heel mooi gezongen. Om eerlijk te zijn, zelfs mooier dan ik me van Marokko kon herinneren. Ook de gelijktijdige zang van een andere minaret. Ongeveer 80 % van de inwoners van Travnik is moslim, en op een gegeven moment telde ik in het stadje (20.000 inwoners) zeker zes minaretten. Maar ze waren niet meer allemaal in gebruik. Er stond er bijvoorbeeld ook een op het oude kasteel bovenaan de stad. Voor het contrast was het wel leuk om een zeer communistische plaquette te zien uit 1951! Compleet met hamer en sikkel.
Travnik ligt werkelijk schitterend uitgespreid over een vallei. Marjon en ik klommen samen naar het oude kasteel en het uitzicht werd steeds mooier en mooier.
Bij de brug naar het kasteel was een souvenirwinkeltje waar een man met een baard met omstanders aan het praten was. Gezien zijn uiterlijk leek het een beetje een gelovig onderonsje.
Niets bleek minder waar. Toen wij na het bewonderen van het uitzicht langs liepen, werden ook wij door hem aangesproken. Het bleek een sympathieke kunstenaar te zijn, die na een technische opleiding en werk op een busstation eindelijk zijn droom waar kon maken, door alleen nog kunst te maken. Hij gebruikte vooral bouwmateriaal en puin. Zo had hij bijvoorbeeld badkamertegels met een Joegoslavische bedrijfsnaam op de achterkant, en op de voorkant plakte hij dan een stuk natuursteen waar hij een figuur uit kon snijden. Hij liet ook zien dat de ene berg hier uit leisteen bestond, en de andere uit kalksteen, waardoor hij kon variëren.
Toen ik zei dat ik Travnik zo mooi vond liggen, zei hij als een echte kunstenaar: 'ja, het ligt als een open boek' en keek ons ondertussen met pretoogjes aan. Zo leek hij net mijn tandarts van vroeger, die net zulke ogen had en ook zo'n baard, maar dan grijsblond. Kortom, we moesten wat van hem kopen, maar helaas maakte hij bijna alleen afbeeldingen van het kasteel, houten zwaarden en ander ridderspeelgoed, en het bloemsymbool voor 'Never Forget Srebrenica' waarvan de tekst ook heel erg groot op de muur van zijn winkel was geschilderd.
Het onderwerp Srebrenica vermeden we maar een beetje. Hij stelde voor, dat hij gewoon een souvenir voor ons ging maken. Hij had nog wel een stuk leisteen waarop een stuk gipsplaat was geplakt. Het klonk erg duur en het zou wel lang gaan duren. Oh, zes minuten, zei hij! En de andere werkjes kosten maar tien tot vijftien euro. OK, ik ging een pinautomaat zoeken terwijl hij met Marjon het kunstwerk ging ontwerpen.
Toen ik terugkwam, was hij bijna klaar. Nog even een paar vegen erover met een donkere kwast om het reliëf te bewonderen, en dat was het. Er stond een hartje op, met daar omheen de tekst Arno Marjon Ole Nando CR BiH Tour! (CR voor Croatia en BiH voor Bosnia i Hercegovina). De prijs? Vijf euro! Ik gaf hem € 6,50 en hij was helemaal blij. Hij wist wel een leuk plekje voor een foto: voor het kasteel!
Voor het avondeten raadde hij het nieuwe restaurant tegenover hem aan. We haalden de kinderen en beklommen weer de lange weg naar het kasteel om inderdaad te eten bij dat restaurant. Het terras had een geweldig uitzicht op het kasteel. De jonge serveerster vond die buitenlanders duidelijk erg spannend en in onzeker Engels vroeg ze of we wat wilden bestellen. Ja, doe maar een van die pizza's die daar op het bord staan! 'Oh, we hebben geen pizza's!' Hoe bedoel je? 'Nou, dit is onze tweede dag en het gaat zo goed dat alles op is!' Alles? 'Nou ja, we hebben nog friet en wafels'. We bestelden alle vier een portie friet en een drankje. Marjon bestelde bier. Ik voelde hem al aankomen... 'Sorry, we serveren hier geen alcohol'. Dus cola.
Het was prima friet en inclusief drank betaalden we € 2 per persoon. Nu liepen we naar de hoofdstraat waar ik geld had gepind. Het was er nu in de avondschemering smoordruk. De terrassen van de café's waren vol mensen en het hele stadje liep over straat te flaneren, zien en gezien te worden. Geweldig! Ineens waren we weer in een echt Mediterraans land. De Paseo, zouden ze in Spanje zeggen.
Er waren helaas vrijwel geen restaurants dus uiteindelijk belandden we bij een soort lunchroom, een bakkerij dus eigenlijk, waar ze ook twee soorten pizza's bakten. Ook deze serveerster vond het heel spannend en moeilijk om Engels te praten maar dat was alleen maar charmant. We konden kiezen voor een pizzapunt van € 0,50, een hele pizza van € 2,50 of een Jumbopizza zo groot als de tafel voor € 4,00. Omdat we niet allemaal hetzelfde beleg wilden, kozen we voor gewone hele pizza's. Ook die bleken groter dan onze grootste borden thuis, maar behalve Marjon kregen we ze wel op. Lekker dun en met verse basilicum, mmm! Als drinken kwam de serveerster aanzetten met glazen kraanwater (koffie of thee bij je pizza is een beetje raar). Dat bleek niets te kosten.
Wat opvalt hier in Travnik zijn de enorme contrasten. Enerzijds zijn er de traditionele huizen en ook nog winkels en cafe's uit de Oostbloktijd. Anderzijds lijkt er een nieuwe, jonge generatie te zijn die superstrakke, moderne, hippe winkels en horeca neer hebben gezet. Het restaurant waar we friet hadden gekregen, de lunchroom, de bakker waar ik alvast brood voor morgen had gehaald, het café onder ons appartement waar ik met Marjon nog een biertje heb gedronken, en er was ook een moderne Konzum-supermarkt. Al deze zaken zouden zo echt in een goede buurt in Nederland kunnen staan. En toch die lage prijzen, ongelooflijk! Ik gun Travnik in ieder geval het beste voor de toekomst.
Misschien was dit het laatste stukje op het weblog vanuit het buitenland, want we kregen 's avonds een bericht dat we in Zagreb in een ander appartement worden ondergebracht zonder internet. We merken het wel. Ik doe vanuit Nederland nog wel een eindverslagje.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten