maandag 6 september 1993

Loja - Een dagje klagen

Zaterdag hebben we niet veel gedaan; Marjon was namelijk misselijk en moest een keer overgeven. Marjon las haar boek van Isabel Allende uit en ik speelde uren patience. We kaartten ook samen, speelden domino (ik begin het te leren) en zagen The Naked Gun 2,5 op video. Gister vertrokken we uit Madre Tierra, na in het dorp (Vilcabamba) nog even de plaatselijke dierentuin te hebben bekeken.

Terug in Loja konden we nog steeds geen fatsoenlijke betaalbare accommodatie vinden en zo belandden we in een statig maar vervallen hotel met gedeelde douche en toilet, krakkemikkige bedden en lawaaierig personeel (de hele nacht bijna!) voor twee keer de prijs die we in Riobamba betaalden.

Loja is op zich een vervallen stad. We wilden de markt zien op de Plaza de la Independéncia maar we zagen alleen wat instortende gebouwen - geen markt. We snackten dan maar wat (friet met mayonaise en een niet bestelde kippepoot à la Kentucky Fried Chicken) en gingen ons bezatten in de sjiekste gelegenheid van Loja: de Piano Bar, met sfeerverlichting, kunst en obers met vlinderdasjes. Toch bier voor 1,50 en cocktails voor 2,80. Na een bier en twee stevige cocktails leek het wel of er buiten op het Parque Central flink werd geschoten. Na de verzekering van de ober dat het een fiesta was durfden we naar buiten en kwamen we inderdaad terecht in de jaarlijkse festiviteiten voor de Virgen del Cisne, het 16e eeuwse Mariabeeld dat rond deze tijd na een processie uit El Cisne in Loja aankomt. Spectaculair vuurwerk met knallen die in Nederland alle wetten voor geluidshinder zouden overstijgen, muziekkapellen (waaronder die van het leger - wel wat anders dan in Nederland want men had de camouflagepakken aan!) en clowns die ballonnen en toeters verkochten.

Ik was ongelooflijk verkouden en had een ontzettende keelpijn dus gingen we toch maar snel naar het warme hotel, waar we dus (ondanks de cocktails) slecht sliepen door het lawaaierige personeel en het krakende bed. Vanmorgen was ik er dus niet beter aan toe maar met een aspirientje en David's indianen-neusontstopper kon ik er wel weer een beetje tegen.

We besloten de jaarlijkse internationale (er zijn Peruvianen bij...) "produce fair" eens op te zoeken. Na een kilometer of twee lopen langs de drukste weg van Loja tijdens het spitsuur (uche-uche) kwamen we aan bij iets wat op een goedkope versie van het Waterlooplein leek. Na 5 minuten liepen we dus maar weer terug (uche-uche). Na wat geld te hebben gewisseld bij de Filanbanco (waar we Jaime, de "chef" van Madre Tierra tegenkwamen en we bij balie 1 een formulier kregen dat bij balie 2 werd vervangen door een printeruitdraai waar ze bij balie 1 een exemplaar van moesten hebben en we bij balie 3 vervolgens geld kregen) besloten we dan maar naar Catamayo te gaan, waar La Tola, het vliegveld van Loja is waar we morgenochtend vroeg vertrekken naar Guayaquil.

In de bus ergerden we ons weer aan een asociaal typ die alle staande mensen in het gangpad opzij duwde om een felbegeerde zitplaats te krijgen. De laatste tijd ergeren we ons best wel vaak aan sommige Ecuadorianen in de bus, vooral vrouwen. Men zet bagage het liefst half op mijn voet, bijna iedereen gaat tegen je aanleunen als ze moeten staan, en mensen willen net 50 meter langer in de bus zitten als sommige andere mensen zodat de bus in de plaats van bestemming nauwelijks meer vooruitkomt. Het bontst maakte een vrouw met kind het in de bus naar Cajas. Ze ging zo maar op de tas van het Engelse meisje zitten toen alle stoelen bezet waren. Er stonden al zeker 10 mensen maar zij moest per sé comfortabel zitten. Uiteindelijk nam ze genoegen met een plekje tegen de Engelse benen aan... Al met al heb ik nu de indruk dat Ecuadorianen nogal egocentrisch zijn - ze kunnen zich niet in andere mensen inleven. Het komt gewoon niet in ze op dat andere mensen wel eens last van hen kunnen hebben. Vooral het woord geluidsoverlast is in Ecuador nog niet uitgevonden, zoals we de afgelopen nacht weer merkten, maar ook bijvoorbeeld in Tulcán, toen er om half 5 al zoveel lawaai werd gemaakt alsof het midden op de dag op straat was.

Verder worden blanken in Ecuador financieel gediscrimineerd - vrij voorspelbaar maar zoals ik al eerder schreef buiten proportie. Je krijgt hier verder steeds "mister" naar je hoofd geslingerd op straat en iedere bedelaar stormt met opgeheven hand op je af en een verwijtende blik in de ogen voor het geval je niets durft te geven. We bedachten al dat we best iets zouden willen geven als ze bijvoorbeeld net als andere arme mensen in de stad ook maar iets zouden verkopen. Er lopen soms tien mensen met mandarijntjes en dan eten we ons kapot, maar we krijgen in ieder geval een idee van "voor wat hoort wat" en zo zijn dan beide kanten gelukkig.

Dat waren zo wat frustraties die mij vooral in Loja even teveel werden. Het staat er natuurlijk wat te generaliserend. Met name in het noorden werden we meestal prima behandeld. Het leek echter wel hoe zuidelijker we kwamen, hoe onvriendelijker (geslotener vooral - in deze buurt zegt men niet veel meer dan "ja" - het lijkt dan wel even Nederland, "ja" in plaats van "si") de mensen en hoe duurder de accommodaties. Hier in Catamayo betalen we ook 12.000 voor iets wat in Quito of Otavalo misschien 8000 zou kosten - 2 doorzakkende bedden met gedeelde (koude) douche.

Catamayo is een echt stoffig cowboystadje waar de mensen buiten op straat zitten te puffen in de brandende zon. We liepen alvast even naar het vliegveld - 20 minuten ruim, dat was in die hitte geen pretje. Het biertje na afloop viel bij Marjon ook niet goed dus moest ze overgeven (alweer!). Ik had me al sinds Cuenca niet meer geschoren en had nu dus meer dan een kwartier en 2 mesjes nodig...

Nu liggen we al sinds een uur of half drie (het is nu 5 uur) op bed om bij te komen van de slechte slaap en Marjon's overgeven [...Dus] ik zal eens kijken of Marjon al enigszins is hersteld.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten