Het slapen op camping El Escorial lukt niet erg. Omdat we rond zeven uur zoveel vogels horen, doen Marjon en ik maar net of we weer in Costa Rica zijn en gan op pad met onze camera's.
Het gebouw is dus o.a. het paleis van Filips, met heel veel schilderijen. Hij was fan van Jeroen Bosch, net als ik, en er hangen dus ook minstens drie van zijn hallucinerende schilderijen. De rest van zijn collectie hangt in het Prado. Maar ook is er werk van Velasquez, Zurbaran, El Greco en vooral veel Vlaamse en Italiaanse meesters (waaronder Titiaan). Net als in de Valle de los Caídos is er een soort gang van misschien wel honderd meter met muurschilderingen van belangrijke veldslagen. Hoewel het niet mag, heeft Marjon er een foto gemaakt!
Vanaf El Escorial rijden we in precies een uur naar onze volgende verblijfplaats, Ávila. We worden er opgewacht door de eigenaar van ons apartement, die duidelijk opgelucht is dat we een beetje Spaans spreken. En zo hebben we eindelijk een beetje snel internet. Maar dat niet alleen: ook een plaatsje in de privé-parkeergarage hieronder (ja, garage met afstandsbediening!), een massagebad, vaatwasser, wasmachine, enorme koelkast, enz. En als grote trekpleister ligt het appartement aan het gezelligste plein van Ávila, geflankeerd door een 14e eeuwse kerk en de grootste toegangspoort van de immense stadsmuren die Ávila zo bijzonder maken. Op dit plein vinden we ook de beste prijs/kwaliteitsverhouding voor een 3-gangen dagmenu: € 9, voor echt lekker eten, inclusief brood en lekkere wijn. Marjon en ik hebben als hoofdgerecht forel met Spaanse ham.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten